Meridianen in metabolisch perspectief

  

Regulier beschouwd is een meridiaan geen geaccepteerd begrip en niet aan te wijzen in het lichaam als een fysieke structuur. Binnen de traditionele Chinese geneeswijzen worden meridianen beschouwd als een verzameling van met elkaar samenhangende kenmerken. De verticale lijn waarmee een meridiaan meestal mee wordt afgebeeld op het lichaam is een abstractie is van deze kenmerken. Ik wil graag een beeld geven hoe meridianen zouden kunnen ontstaan, gebruik makend van de reguliere Westers-Medische biochemie en fysiologie. Een technisch verhaal. In het verhaal is ook aandacht voor de polsdiagnose, omdat deze informatie geeft over de te volgen strategie, en een indicatie of de behandeling op het goede spoor zit. Startpunt zijn de spieren langs het traject van een meridiaan, en de mitochondria in de spieren die energie leveren. Een set spieren is actief tijdens gedrag, inclusief de aansturing via betrokken zenuwen en hersenen. Na uitvoer van het gedrag herstelt het immuunsysteem de lichte slijtage die heeft plaatsgevonden in spieren, zenuwen en bindweefsel. Acupunctuur kan bij hapering in het herstelproces, een zetje geven aan dit herstel. Mits het zelf-genezend vermogen daartoe in staat is.

De inhoud van dit verhaal is geschreven aan de hand van persoonlijke inzichten. Gedeeltelijk is het wetenschappelijk onderbouwd, gedeeltelijk bestaat het uit hypotheses. De biochemie en fysiologie is voor mij toegankelijk vanuit mijn achtergrond, de universitaire studie Moleculaire levenswetenschappen, en vanuit mijn neurofysiologisch gerichte promotieonderzoek. Het is op geen enkel moment de bedoeling om hiermee medisch advies te verstrekken, of een medische diagnose te stellen. Ik wijs dan ook elke verantwoordelijkheid hieromtrent af. De manier waarop ik acupunctuur uitoefen in mijn praktijk, is gebaseerd op protocollen volgens de Traditionele Chinese Geneeswijze, zoals deze onderwezen wordt op de door mij in 2011 afgeronde acupunctuur opleiding en in 2008 afgeronde Shiatsu opleiding. De volledige tekst kunt u downloaden door te klikken op:

      Pdf van de uitgebreide versie:         Meridianen in metabolisch perspectief

Hieronder volgt een samenvatting van de pdf waar de bovenstaande link naar verwijst. Eerst wordt een meridiaan in verband gebracht met spierbewegingen tijdens een bepaald gedrag, waarbij drie soorten gedrag worden beschouwd. Het gaat hier om handhaving van balans van het lichaam als geheel, in de vorm van tonische spierspanning van spieren langs deze meridiaan (eigenlijk een set van 4 meridianen). Na de periode van gedrag met gebuik van deze set van spieractiviteiten, zijn de spieren vermoeid geraakt en zal m.n. het niet specifieke immuunsysteem, zoals macrofagen langs de route van de meridiaan (4 meridianen) extra actief zijn.

De drie soorten gedrag (alert worden (na herstel tijdens slapen); voeding tot je nemen (kan ook lezen van een boek zijn); en ''jagen'', orienteren op keuzes, en keuzes uitproberen, gaan we linksaf, of rechtsaf. Het energienivo van de cellen is verschillend tussen deze drie gedragsoorten, wat zich uit in kenmerken van de mitochondria, m.b.t. naar de behoefte van de cel waarin de mitochondria zich bevinden: de hoeveelheid gewenste energieproductie en warmteproductie. Warmteproductie is erg belangrijk voor het optimaal functioneren van enzymen (die aan de basis staan van biochemische reacties). Veel energie ter beschikking hebben is Yang, ook veel warmteproductie wordt Yang genoemd. Een reservevooraad hebben, die snel beschikbaar is, wordt Yin genoemd. Goed slapen (zodat het immuunsysteem het lichaam - waaronder mitochondria - kan herstellen) en goede voeding geeft een opbouw, toename van Yin.

Spieren worden natuurlijk vanuit de hersenen aangestuurd, via hormonen en neurotransmitters, ofwel via een neuraal circuit via de hersenen. Zowel spieren als neuronen (zenuwcellen) gebruiken zeer veel energie, dat afgestemd wordt op gedrag. We zijn in principe op de wereld om te bewegen (wat ook inhoudt: mentaal bewegen). Meridianen die in dit schrijven worden geassocieerd met gedrag: dit houdt niet alleen beweging in maar ook de aansturing ervan, via hersenen en organen.

Bij een vertaalslag van de werking van acupunctuur, beschreven in termen uit de Traditionele Chinese geneeskunde in regulier Westerse fysiologie van de geneeskunde, ontkom ik niet aan het gebruik van technische termen. De tekst is alleen bedoeld voor de nieuwsgierige lezer die geinteresseerd is in de vertaalslag.

De hypothese wordt hier gelanceerd, dat mitochondria, de energiebronnen, die overal in het lichaam voorkomen, mee veranderen tijdens het gedrag (1 van de drie genoemde). In de context van dit schrijven: de stelling luidt, dat verschillen tussen de drie gedragingen gaat over de snelheid van energie (ATP) productie, de snelheid van warmteproductie (via UCP) en de vorming van diverse bouwstenen voor productie van onderdelen van de cel (eiwitten, onderdelen van DNA , van het immuunsysteem etc.) gaat. De warmteproductie van de mitochondria in een cel wordt gebruikt om het effect op de cel van fluctuaties in de omgevingstemperatuur weg te werken. Dit is vooral nodig aan de oppervlakte van het lichaam, de plaats van huid, spieren en bindweefsel. Hoe dieper in het lichaam, hoe minder deze warmteproductie nodig is (de bloedsomloop draagt voldoende bij) en kan meer van de energie van de mitochondria gebruikt worden  voor de vorming van diverse bouwstoffen. In de traditionele Chinese geneeskunde wordt gezegd, dat dieper in het lichaam ''meer Yin'' is. Zo is merg binnen de botten het meest Yin. In het merg vindt productie plaats van bloedcellen en van voorlopers van imuuncellen. In het merg wordt relatief veel mitochondriele energie gebruikt voor de productie van basisstoffen en minder energie voor de productie van warmte. In het Yin gebied is de temperatuur het meest constant, wat belangrijk is  voor de optimale werking van enzymen. Aan de andere zijde, het Yang gebied, aan de oppervlakte en ingangen, en uitgangen van het lichaam meer actief, voor bestrijding tegen indringers (microorganismen, en andere pathogenen) en voor herstel van slijtage bij spieren na een periode van spiergebruik.

Uiteraard worden de mitochondria door de rest van de cel (en indirect door ons gedrag en gedachten) indirect aangestuurd, mitochondria zijn een soort batterij van de cel. Via allerlei biochemische routes (mitochondrieel, synthese en afbraak routes van hormonen en neurotransmitters, bindweefselvorming, macrofagen) is een regeling voorgesteld waarbij de nadruk ligt op enzymen met zinkionen als cofactor, enzymen met koperionen als cofactor en enzymen met magnesiumionen als cofactor. Deze drie genoemde ionen variëren mee met verandering van gedrag, wat gemeten is in de bloedsomloop.  Het is een hypothese, meer onderzoek is nodig. Van deze hypothese uitgaande, is acupunctuur goed te beschrijven in de terminologie van de reguliere westerse fysiologie. Ook is met deze hypothese te beschrijven hoe allerlei lichaamskaarten, een plattegrond van het lichaam, ontstaan tijdens de ontwikkeling in de baarmoeder door de aanwezigheid van bepaalde hele kleine temperatuur gradiënten. In ons leven draagt de omgevingstemperatuur bij aan de handhaving van deze kaarten, via warmteproductie in de lokale mitochondria in o.a. de spiercellen. Acupunctuur maakt veel gebruik van kaarten, bij de keuze van welke acupunctuurpunten geprikt worden. Tenslotte: er is veel wetenschappelijk onderzoek verricht aan pijnbestrijding met acupunctuur. Wat ik in het hypothetische verhaal probeer te duiden in termen van hersenfysiologie, uiteraard hypothetisch. Tenslotte worden er een aantal toepassingen van acupunctuur kort beschreven.

 

Meridianen, beweging en balans tijdens bepaald gedrag

Gedrag betekent dat je spieren gebruikt en is observeerbaar door beweging van een set spieren die betrokken zijn in een bepaalde bewegingsrichting/orientatie richting van het lichaam. Hierbij speelt zowel beweging als lichaamshouding, en handhaving van balans een rol. Verschillende gedragingen gaan samen met verschillende sets spieren. De volgende drie soorten gedrag worden beschouwd: (1) ''eten, informatie opnemen, naar voren bewegen'', (2) ''slapen/waakzaam worden, staan of gaan liggen, naar achter'' en (3) ''fysiek werk verrichten, keuzes maken, gaan we naar links of naar rechts''. Deze drie soorten gedrag passen dus bij drie soorten bewegingsrichting van het lichaam: naar voren (1), naar achteren/rechtop (2) en naar opzij/afwisselend naar links en rechts. Tijdens het wakker worden, opstaan, alertheid, worden spieren aan de achterkant van het lichaam geactiveerd (locatie van de blaasmeridiaan).

Spieren aan de voorzijde van het lichaam worden met name geactiveerd tijdens de maaltijd, het bewegen naar voedsel, een hap nemen, maar het kan ook figuurlijk zijn: een boek lezen, informatie tot je nemen. De maagmeridiaan bevindt zich aan de voorkant van het lichaam.

Tenslotte: de spieren aan de zijkant van het lichaam waar de galblaasmeridiaan verloopt zijn betrokken bij koerswijziging. Een voor de omgeving onverwachte en snelle koerswijziging vindt plaats bij dieren in de vorm van jagen en bij vluchten voor de jager, het plannen van een route om snel te jagen of snel te vluchten. In figuurlijke zin heeft de mens ook snel gedrag nodig, waarbij gepland wordt, voor een uitdaging, of andere werkzaamheden. Zie Figuur 1.

De hersenen nemen het gedrag waar op verschillende manieren: via zintuigen, ogen, oren, via waarneming van bepaald gevoel (slaperigheid, eetlust, stress, diverse emoties) maar ook via proprioceptie via het zenuwstelsel. Proprioceptie is de waarneming van de hersenen van de stand, beweging en tonus van de ledematen, gewrichten en pezen, het gevoel van ''zwaarte'', vermoeidheid of alertheid van de spieren, het lichaamsbesef. Ook spelen hormonen en neurotransmitters hier een rol bij.      

 

Figuur 1: Een meridiaan / groepje meridianen wordt geassocieerd met een bepaald gedrag en bijpassend gebruik van een set spieren, inclusief de bij het gedrag passende houding en balans van het lichaam [1].

 

 

Meridianen en immuunsysteem

Een complementaire manier om tegen meridianen aan te kijken is om ze te beschouwen als een hoofdroute van immuuncellen. Bepaalde immuuncellen inspecteren continu het lichaam, waarbij ze zich blijven verplaatsen. Gedrag leidt tot gebruik van een set spieren. Gebruik van deze spieren leidt lokaal tot slijtage, langs de set spieren die tijdens een bepaald gedrag actief is, en het lichaam in beweging zet, en een - gewenste - balansverandering geeft. We onderscheiden hier weer drie soorten bewegingsrichtingen: naar voren (eten, informatie verzamelen), naar achteren (overgang van staan naar liggen om te gaan slapen, of juist opstaan), en naar opzij, afwisselend naar links en naar rechts bewegen (jagen, orienteren). Verderop in de tekst zal worden beschreven dat dit past bij drie grote meridianen: respectievelijk: maagmeridiaan aan de voorkant, blaasmeridiaan aan de achterkant en galblaasmeridiaan aan de zijkanten van het lichaam. Zie Figuur 1. Na een bepaald gedrag zijn de set betrokken spieren, langs een meridiaan vermoeid en wat versleten. Deze slijtage trekt immuun cellen aan, de route van immuun cellen beinvloedt. Behalve spieren, speelt bindweefsel ook een belangrijke rol, om krachten tijdens de beweging op te vangen, en is bindweefsel ook onderhevig aan slijtage. Bindweefsel zit tussen en rondom spieren en om organen, houdt alles op zijn plaats, en vormt daarmee een verbinding tussen spieren en organen. Lokaal prikken kan een stimulerende invloed hebben op deze stroom ''immuun cellen''. Net als gedurende de dag er vaste patronen zijn in het gedrag (circadiaans ritme), zullen bepaalde immuun cellen zich bewegen langs de vermoeide spieren van het net uitgevoerde gedrag, door acupuncturisten ''meridiaan'' genoemd. Uiteindelijk gaat acupunctuur over het herstellen van yin en yang. Voordat ik dit toelicht, is meer informatie nodig over de energievormen van yin en yang, waar regulier aan de basis de mitochondria staan.

 

Drie soorten gedrag en invloed van koper-, zink- en magnesiumionen op mitochondria

De drie soorten gedrag slapen, eten en fysiek werk verrichten hebben elk een ander energieniveau en warmte behoefte. Daarnaast beinvloedt de temperatuur van de omgeving de behoefte van de el aan warmte en energie. Dit hangt ook een beetje af van de locatie van de cel ten opzichte van de huid. De energie en warmte van spier- en bindweefselcellen wordt geproduceerd in de vele mitochodnria in de cel. Een goede afstemming van de mitochondria aan de gewenste energie en warmte binnen de cel is van levensbelang: werking van enzymen hebben een optimale omgevingstemperatuur nodig. Slecht afgestemde mitochondria produceren meer afvalstoffen en oxidanten, die de cel kunnen beschadigen. (Overigens kan een andere oorzaak van productie van teveel oxidanten in de mitochondria zijn: zuurstof gebrek of gebrek aan glucose).

Mitochondria spelen ook een rol bij de vorming van diverse basisstoffen, zoals bijvoorbeeld citraat. Deze basisstoffen worden getransporteert naar het cytoplasma waar er bouwstoffen van worden gemaakt. Van citraat  kunnen vetzuren gemaakt worden en het cholesterolskelet, belangrijk voor de vorming van steroidhormonen en van membranen. Andere bouwstoffen die de mitochondria produceren zijn voorlopers van purine en pyrimidine, waaruit onderdelen van DNA gemaakt kunnen worden. Andere bouwstoffen hebben een rol in het immuunsysteem. Hoe dichter de cel (waarin de mitochondria zich bevinden) zich bij de huid bevindt, hoe meer de cel onderhevig is aan variaties in temperatuur van de omgeving.

De drie soorten gedrag stellen andere eisen aan de mitochondria. Jagen vraag veel energie, en heeft een snelle opbouw van beschikbare energie (ATP) nodig. Voedsel verteren en herstelwerkzaamheden hebben relatief veel productie nodig van basisstoffen. Tijdens de slaap worden mitochodondria met name hersteld, en worden leerprocessen geconsolideerd. Tijdens de slaap is het van belang om de mitochondria zomin mogelijk warmte te laten produceren, waardoor er een optimale vorming van ATP en basisstoffen plaatsvindt in de mitochondria.

Voor over een rol van zink-, koper- en magnesiumionen gesproken kan worden, is het begrip enzym en cofactor nodig. Elke biochemische reactie waarin stofje A wordt veranderd in stofje B, maakt gebruik van een  ander enzym, een groot molekuul, waar eiwitten/bepaalde moleculen zich makkelijk aan binden (de vorm van het eiwit doet ertoe). Stofje A botst tegen het enzym, bindt eraan, en wordt door het enzym verandert in stofje B, en stofje B komt weer vrij. Vaak heeft het enzym een extra molecuul nodig, een cofactor genoemd, dat de omzetting van stofje A naar stofje B versneld. Voorbeelden van een cofactor zijn zinkionen, of koperionen, of magnesiumionen. Aanleiding om te zoeken naar de rol van deze drie cofactoren zijn bepaalde vragen uit de anamnese van acupunctuur geweest: een tekort aan zinkionen kan aanleiding zijn tot gebrek aan eetlust. Een tekort aan koperionen kan wijzen op een neiging tot depressie. Een tekort aan magnesium kan samengaan met een slechte slaap. Met nadruk wordt het woordje KAN gebruikt, er zijn natuurlijk vele andere variabelen die bijdragen aan deze ingewikkelde processen, die invloed hebben op slaap, depressie en eetlust. Sowieso is het heel belangrijk dat de enzymen kunnen werken onder een bepaalde optimale temperatuur. Als de temperatuur niet goed is, werken de enzymen slechter, en dat dient voorkomen te worden.

Het ene enzym heeft b.v. een zinkion als cofactor, het andere enzym een koperion als cofactor. In de mitochondria worden glucose en zuurstof omgezet in een elektrische gradient (protonengradient). Met behulp van deze protonengradient kan energie, warmte, en basisstoffen gemaakt worden. De snelheid hiervan wordt door vele factoren bepaald door vele enzymen. Per gedragsoort jagen, voeden, slapen/alertheid, is er een andere verhouding tussen de hoeveelheiden energie, warmte en basisstoffen nodig. Andere enzymen worden versneld. In het ene proces is dit een enzym met als cofactor een zinkion, in het andere proces een ander enzym met als cofactor een koperion, etc.

Onderzoekers hebben rond een geprikt acupunctuurpunt een toename gemeten in koper-, zink-, ijzer- en calciumionen, met gelijke verhoogde ratios voor koper en ijzerionen [7]. Dat koper- en ijzer een gelijke ratio hebben, kan indirect te maken hebben met het verschijnsel dat voor opname van koperionen in een lichaamscel ijzerionen nodig zijn [2]. Er zijn aanwijzingen dat er in het bloed een circadiaans ritme is in de concentraties van zinkionen, koperionen en magnesiumionen (gebonden aan hun transporteiwit).

 

Vervolg van meridianen en immuunsysteem: macrofagen

Na een periode van beweging tijdens een bepaald gedrag, zal vermoeidheid in slijtage optreden in deze spieren.  Deze periode zal opgevolgd worden door een periode van herstel van de spieren. Dit herstel is een natuurlijk proces, waarin het immuunsysteem een rol speelt. Monocyten, een type immuuncel dat zich door het hele lichaam begeeft, speurt naar plaatsen die beschadigd zijn (deze plaatsen geven signaalstofjes af, chemokinen en cytokinen).  Aangekomen bij de beschadigde spieren, veranderen de monocyten in macrofagen type M1, die afval opruimen en aanvallend karakter hebben. Op den duur is er voldoende opgeruimd en kan herstel plaatsvinden van de spier: monocyten die nu bij de spier aankomen, veranderen in macrofagen type M2.

Het is voor te stellen dat na een bepaald gedrag, de slijtage van de spieren en betrokken bindweefsel, zich in de lengte richting van het lichaam bevinden, langs de yang beenmeridiaan (zie Figuur 1, eigenlijk is gedrag met een set van 4 meridianen geassocieerd).

Macrofagen hebben een sleutelpositie in het immuunsysteem, ze vormen een onderdeel van het niet-specifieke immuunsysteem, en spelen een belangrijke rol bij het specifieke immuunsysteem (het specifieke immuunsysteem is aanpassend, leert ''vreemde indringers herkennen en brengen deze naar speciale gebieden in het lichaam, waarin immuuncellen zich speciaal afstemmen op deze vreemde indringers, een proces waar vaccinatie ook een rol bij speelt).

Onderzoek heeft aangetoont dat acupunctuur (prikken in een bepaald acupunctuurpunt)  invloed uitoefent op macrofagen (in een acupunctuurpunt verderop op de ''meridiaan'', waar zich een wondje bevindt, en waar geen acupunctuurprik is uitgevoerd) . Acupunctuur stimuleert/versnelt de overgang van M1 type macrofagen naar M2 type macrofagen [5,6,11,12]. Bij ooracupunctuur is dit effect ook aangetoond. Tenslotte is ook in de hersenen een toename van Microglia type M1 naar microglia type M2 gemeten bij een afsluiting van ee n cerebrale arterie in ratten.  Na 6 uur werd acupunctuur toegepast via prikken  in de punten LU-5, LI-4, SP-6 en ST-36. Het resultaat was een gereduceerd infarct volume en een toename van M2 microglia t.o.v. M1 microglia (in vergelijking met onbehandelde ratten met dezelfde laesie).

 

Rol van koper-, zink- en magnesiumionen als cofactor in de werking  van macrofagen en microglia

Verondersteld wordt in de hypothese van het beschreven TCM mechanisme (zie pdf) dat het herstel van de spieren tijdens de uitvoer van bewegingen tijdens een bepaald gedrag, niet alleen letterlijk over spieren en bindweefsel rondom de meridianen plaatsvindt.

De centrale aanname in het TCM werkingsmechanisme in westers medisch biochemische en fysiologische termen luidt als volgt:

Jagen gaat samen met bijregelprocessen die afhankelijk zijn van enzymen die een  koperion als cofactor heeft. Eten gaat samen met bijregelprocessen die afhankelijk zijn van enzymen met een zinkion als cofactor. En slapen heeft bijregelprocessen die afhankelijk zijn van enzymen met een magnesiumion als cofactor. Dit geldt niet alleen in de mitochondria, maar ook voor belangrijke regelmoleculen in het lichaam voor fysiologische processen en gedrag, zoals hormonen en neurotransmitters, en de enzymen die deze hormonen en neurotransmitters vormen en afbreken.

Tegelijk met het herstel van de spieren rondom de betrokken meridiaan bij het gedrag, zal herstel optreden van de ermee geassocieerde gebieden, in de hersenen, die cognitie, emotie, sympathische en parasympathische systemen aanstuurt, passend bij het vertoonde gedrag, waarbij de spieren vermoeid raakten rond betrokken meridiaan (setje van vier meridianen). De overeenkomst tussen deze gebieden zou gevormd kunnen worden door het bezit van een bepaald type mitochondrium, met een bepaalde verhouding tussen energieproductie, locale warmteproductie en productie van bepaalde basisstoffen. Een mitochondrium passend bij (een grotere kans op) een bepaald gedrag, heeft een bepaalde verhouding tussen zinkionen, koperionen en magnesiumionen in de oxidatieve fosforylering dat de protonengradient vergroot. De kans op ontstaan van ROS wordt vermoedelijk sterk bepaald door deze verhouding van deze die cofactoren in de oxidatieve fosforylering. Tijdens de slaap vindt een belangrijke aanpassing plaats tot verbetering van de mitochondriele functie. Dit maakt dat variaties in gedrag die overdag plaatsvinden, vermoedelijk de mitochondria alleen een bepaald optimum van reageren hebben tijdens een bepaald gedrag (van de drie, jagen, voeden en slapen/alert/basisenergie.

Deze beschreven aannames zijn speculatief, maar wel vertaald in fysiologisch biochemische termen, en dienen uiteraard met wetenschappelijk onderzoek worden aangetoond.

Bij voorkeur zou je dit eigenlijk willen testen in levende mitochondria in diens natuurlijke omgeving. Zogauw je mitochondria isoleert, is de invloed van de omgevingstemperatuur (maar kleine variaties, want ons lichaam streeft naar een constante temperatuur) ontstaat er al snel ROS (reactieve oxidanten), die de meting beinvloeden. De cofactoren koperionen en magnesiumionen zijn in het enzym waar ze cofactor in zijn, ingebouwd. Cofactor zink(ion) kan makkelijk binden aan diens bindingsplek van enzymen met zinkionen als cofactor en zal mogelijk, of vermoedelijk snel kunnen verdwijnen bij isolatie van de mitochondria.

Uiteraard is gedrag een keuze, en volgen de biochemische processen daaruit, met eventueel een klein effect op rondcirculerende zink-, koper- en magnesiumionen in de bloedsomloop. Er zijn aanwijzingen dat er een verschillend circadiaans ritme in de hoeveelheid van deze drie cofactoren, misschien passend bij het gedrag.

 

Regelmaat in gedrag, bijbehorende lichaamsbeweging, herstel en aanpassing

Acupunctuur kan aan het immuunsysteem een zetje geven in de goede richting. Een bepaald neuraal circuit in de hersenen wordt gestimuleerd door het prikken in bepaalde acupunctuurpunten (in spier- en/of bindweefsel). Het immuunsysteem reageert hierop door dit circuit te gaan herstellen. 

Een tweede mechanisme zou kunnen zijn dat er neurologische adaptatie kan optreden/geinitialiseerd kan worden. Door het prikken komt er meer input in de hersenen, waardoor er opnieuw neurologisch moet worden afgestemd, om de juiste (intentie en) beweging te genereren. Binnen de hersenen vindt alle communicatie plaats via geleiding van actiepotentialen, of dit nu als gevolg van beweging is of van sensorische input. De kleine hersenen (het cerebellum) zouden kunnen reageren op deze veranderde proprioceptieve en andere sensorische input a.g.v. de acupunctuurbehandeling. 

De kleine hersenen, welke zich relatief aan de achterkant van de hersenen bevinden,  kunnen aanpassingen genereren op het maken van de goede lichaamsbeweging. Dit geldt voor bewegingen in uitgebreide zin, ook lichaamshouding, cognitie, sociale interacties en invloed van emoties dragen hieraan bij [17]. Ook draagt aan deze aanpassing van beweging bij:  autonome functies, zoals hartslag, bloeddruk, ademhaling (hyperapneu) en arousal (wakkerte): arousal heeft invloed op cognitie en het geheugen. Het ene gedrag, zoals ''jaag''gedrag vergt een snellere ademhaling en hartslag dan het andere gedrag, zoals ''eet''gedrag [17]. Het cerebellum kan bijvoorbeeld ook invloed hebben op het circuit dat betrokken is bij pijn inhibitie, dat uitgeoefend wordt op het nivo van de neuronen in de dorsale wortel van het ruggenmerg.

Eigenlijk is het cerebellum een goed voorbeeld van een neuraal netwerk, met aanpassingsvermogen. Een netwerk werkt met patronen van groepjes neuronen gemeten op een bepaald moment, waarbij ieder neuron een andere activiteit (vuurfrequentie) bezit. Dit kan sensorische input zijn, visueel, gehoor, tastzin, proprioceptie, het plan om een bepaald gedrag te vertonen, ieder met een patroon van activiteiten. Vervolgens wordt deze verzameling van activiteiten geleid door de neuronen in de cerebellaire cortex, met leervermogen: er vinden daar aanpassingen plaats, zoals mogelijk in de verbindingen tussen de neuronen. Of misschien passen de neuronen zelf zich aan, op basis van synapsen voor en na het neuron in de cerebellaire cortex. Een kenmerk van neurale netwerken met veel onderlinge verbindingen, is het volgende. Een half inputpatroon in het netwerk, waarbij de andere inputpatronen in eerste instantie geen informatie bezitten, kan automatisch in de volgende laag (de cerebellaire cortex) veranderen in een volledig patroon met wel een betekenis, voorkomend tijdens een bepaald gedrag. Gedrag komt in een natuurlijke situatie tenslotte nooit voor zonder cognitie of emotie, of sympathische toevoeging. Vervolgens kan de cerebellaire cortex uit het patroon ''een situatie'' uit de inputpatronen herkennen, en dit vergelijken met de ''gewenste situatie''. Het cerebellum kan op deze manier een lerend vermogen uitoefenen. Vermoedelijk zijn dit zeer geleidelijke processen, en niet in een keer te veranderen. Ook dit is hypothetisch en vraagt om verder onderzoek. Kortom, ook dit fenomeen en vraagt natuurlijk om verder onderzoek. De reden waarom ik dit verhaal op internet zet, is omdat ik het belangrijk vindt, dat er een integratie komt van acupunctuur met gangbare medische, biochemisch-fysiologische theorieen. Mogelijk kan deze tekst bijdragen aan inspiratie tot verder onderzoek. Zoals te zien is in de lange lijst met wetenschappelijke literatuur vanuit pubmed, waarnaar de link naar de pdf verwijst, vindt veel spannend onderzoek plaats op dit gebied.

 Uiteindelijk is het doel van acupunctuur om een bepaald circuit in het lichaam te optimaliseren en herstellen, van spieren naar hersenen en terug. Dit is een normaal herstel proces dat elke dag plaatsvindt, en dat o.a. gebruik maakt van  het niet specifieke immuunsysteem, die altijd circuleren door het lichaam en hersenen (zoals macrofagen en microglia). Het bewegingspatroon (samengaand met gedrag) van mensen vertoont een circadiaans ritme. Zo ook de herstelperiode na het beweging tijdens gedrag dat een bepaalde tijd heeft plaatsgevonden. Een circadiaans ritme is ook bekend bij acupunctuur begrippen, yin, yang, etc. Er bestaan bijvoorbeeld acupunctuurformules die geschikt zijn tegen jetlag.

 

(1) Deadman P., Al-Khafaji M., Baker K. (2007). A manual of acupuncture. East Sussex. ISBN 978-0-9510546-5-9

(2) Siliburska J. Bogdanski P., Jakabowski H. (2014). The influence of selected anti hypertensive drugs on zinc, copper and iron status in spontaneously hypertensive rats. Eur. J. Pharmocol. http://dx.doiorg/10.1016/j.ejphar2014.06.uc.

(3) Wang J. et al. (2021). The role of macrophage polarization and associated mechanisms in regulating the anti-inflammatory action of acupuncture: a literature review and perspectives. Chinese Medicine, 16-56.

(4) Yao et al. (2023). Electroacupuncture alleviates neuroinflammation by regulating microglia polarization via STAT6/PPARy in ischemic stroke rats. Neuroscience. 532, 23-36.

(5) Choi D.C. et al. (2010). Acupuncture-mediated inhibition of inflammation facilitates significant functional recovery after spinal injury. Neurobiology of disease 39(3) 272-82.

(6) Xie L. et al. (2021). Electroacupuncture improves M2 Microglia polarization and glia ant-inflammation of hippocampus in Alzheimer’s disease. Frontiers in Neuroscience 15, 689629.

(7) Yin X., Zhang X., Liu C. et al (2009). Do acupuncture points exist? Phys. Med. Biol. 54(9), 143-50.

(8) Ye B., Maret W., and Vallee B.L. (2001). Zinc metallotthionein imported into liver mitochondria modulates respiration. PNAS 98(5) 2317-32.

(9) Si M., Lang J. (2018). The roles of metallothioneins in carcinogenesis. J of hematology and oncology 11_107.

(10) Chu A. et al. (2017). Plasma/serum zinc status during exercise recovery: a systematic review and meta-anlaysis. Sports Med. 47(1): 127-34.

(11) Yao et al. (2023). Electroacupuncture alleviates neuroinflammation by regulating microglia polarization via STAT6/PPARy in ischemic stroke rats. Neuroscience 532, 23-36.

(12) Guang Z. et al. (2023). Auriculotherapy modulates macrophage polarization to  reduce inflammatory response in a rat model of acne. Hindawi Mediators of inflammation 6627393.

(13) Caravan  et al. (2020). Sleep spindles as a diagnostic and therapeutic target for chronic pain. Molecular pain, 16,  blz1-9.

(14) Kumar A. et al. (1995). Somatosensory evoked potential change following electro-acupuncture therapy in chronic pain patients. 50, 411-14.

(15) Lancon K. et al. (2021). Decreased dompaniergic inhibition of pyramidal neurons in anterior cingulate cortex maintains chronic neuropathic paijn. Cell Rep. 37(9)109933.

(16) Jimenez M. et al. (2023).  Learning algorithms for oscillatory neural networks as associative memory for pattern recognition. Frontiers in Neuroscience.

(17) Rudolph S. et al. (2023). Cognitive-affective functions of the cerebellum. J of Neuroscience 43(45): 7554-64.

(18)  Huan L. et al. (2016). Neurotransmitter receptors on microglia.