Acupunctuurpraktijk Huan Mai

Westerse Medische beschrijving van het mechanisme van acupunctuur en shiatsu in termen van koper-, zink- en magnesiumionen.

- Voor intercollegiaal overleg en voor geinteresseerden -   

De inhoud van dit verhaal is geschreven aan de hand van persoonlijke inzichten. Gedeeltelijk is het weten-schappelijk onderbouwd, gedeeltelijk bestaat het uit hypotheses. Onderstaande link verwijst naar dit ver-haal. Het is op geen enkel moment de bedoeling om hiermee medisch advies te verstrekken, of een medi-sche diagnose te stellen. Ik wijs dan ook elke verantwoordelijkheid hieromtrent af. De manier waarop ik acupunctuur uitoefen in mijn praktijk, is gebaseerd op protocollen volgens de Traditionele Chinese Geneeswijze, zoals deze onderwezen wordt op de door mij in 2011 afgeronde acupunctuur en Shiatsu opleiding.

In het artikel 'Westers Medische beschrijving van het mechanisme van acupunctuur en shiatus in termen van koper-, zink- en magnesiumionen'' doe ik een poging om het mechanisme van acupunctuur volgens de Traditioneel Chinese Geneeskunde (TCG), uit te drukken in koper-, zink-, en magnesiumion afhankelijke mechanismen. Gesteld wordt, dat zowel de wetmatigheden in de Traditionele Chinese Geneeskunde waar zijn, als de reguliere biochemie en fysiologie. Welke reguliere testbare hypotheses zijn uit deze vertaalslag te formuleren? Uitgangspunt is, dat rond een geprikt acupunctuurpunt een toename van koper-, zink en ijzerionen is gemeten door Yan et al. [1]. Hier spelen macrofagen van het niet-specifieke immuunsysteem een rol bij. Deze ionen spelen een belangrijke rol spelen als cofactor bij enzymen, en versnellen chemische reacties of maken deze mogelijk. Elk ion speelt bij andere enzymen - en daarom bij andere biochemische reacties - een rol. Op deze website wordt nu een korte samenvatting beschreven. Onderaan deze website staat een link die verwijst naar het artikel.


Waarom koper- zink- en magnesiumionen in verband brengen met acupunctuur?

Verschillende kenmerken van symptomen die TCG gebruikt in zijn anamnese voor de TCG diagnostiek zijn herkenbaar (in milde vorm) bij de reguliere symptomen bij een zink deficientie, een koper deficientie en magnesium deficientie. Dit was de aanleiding om deze drie ionen te betrekken in de vertaalslag van TCG naar reguliere biochemie. Zink deficientie bijvoorbeeld, kan o.a. leiden tot anorexia, diarree, verande-ring in het immuunsysteem, huidafwijking zoals acne, geirriteerdheid, en depressie. Deze opsomming doet denken aan TCG kenmerken van maag- en milt meridiaan. Een koper deficientie kan samen gaan met anemie, leukopenia (tekort aan witte bloedcellen), neuropathie en optische neuropathie. Koper speelt een rol bij de synthese en afbraak (en dus timing) van dopamine (en noradrenaline), en dopamine speelt een rol bij beloning van doelgericht gedrag, bij pijnvermindering en bij onrust. Dit lijkt op TCG kenmerken van lever en galblaas meridiaan en op het TCG begrip bloedleegte. Tenslotte: een magnesium deficientie kan gepaard gaan met vermoeidheid, constipatie, diarree, kramp, oedeem, misselijkheid, brok in keel, irritatie, overgevoeligheid en angst [2]. Ook kunnen palpitaties optreden, braken, slecht geheugen, slapeloosheid, hoge bloeddruk en migraine. Dit zijn kenmerken die passen bij het TCG begrip yinleegte of Qi stagnatie en stijgend yang. Een positieve invloed op magnesium heeft: voldoende lichamelijke oefeningen, tussendoor rust, voldoende slaap [3]. Dit past bij het TCG idee, voor het handhaven van voldoende yin.

Een aantal voorbeelden van effect van een acupunctuurbehandeling op koper- en zinkionen zijn weten-schappelijk aangetoond. (1) Acupunctuur kan een verzachtende werking hebben bij depressie. In de hersenen is bij depressie een toename van de ratio van concentratie koper/zink gemeten. Acupunctuur verlaagde deze ratio. Ook een antidepressivum verlaagde deze ratio [4]. (2) Acupunctuur verbetert de menstruatiecyclus (qua regelmatigheid en bloedverlies). In de baarmoeder is er een verlaagde cu/zn gemeten in de periode tussen menstruatie en ovulatie (de periode van oestrogenen) en een verhoogde cu/zn in de periode tussen ovulatie en menstruatie (minder oestrogenen, meer progesteron) [5]. Oestrogenen hebben een positieve invloed op de koperabsorptie via de darmwand [6]. (3) Zinkionen zijn betrokken bij insuline synthese in de pancreas. Insuline wordt door de pancreas afgegeven aan het bloed om via receptoren in alle lichaamscellen de opname van glucose in betreffende cel te bewerkstellingen. In deze receptor speelt zink ook een belangrijke rol. Bij diabetes mellitus 2 (DM2) treedt insuline ongevoelig-heid op: de receptor voor insuline werkt minder goed. Voldoende lichaamsbeweging kan het ontstaan van diabetes mellitus 2 (DM2) vertragen [7][8]. Bij voldoende lichaamsbeweging zijn er meer mitochondrien in de spieren van het lichaam [9]. Er bevinden zich dan ook veel koper-, zink- en magnesium ionen in de mito-chondrien. Wanneer aangenomen wordt dat de mitochondrien mede een reservevoorraad van koper zink en magnesium zijn, dan is te begrijpen dat acupunctuur de ontwikkeling van de ziekte DM2 kan vertragen. Het limbische systeem in de hersenen, dat controle uitvoert over emoties, cognitie en motor functie, en gerelateerd is aan depressie, angst, aandacht en geheugenprocessen, heeft een relatief hoge concentratie ijzer, zink, koper en selenium [10]. Veel zinkionen komen voor in de spieren, hersenen, in de darmen, en in ogen. Spieren bezitten veel mitochondrien.


Gedrag, fysiologische functie en associatie met meridianen.

Centraal in de beschrijving staat dit onderstaand schema van Wu Xing. Het vijf fasen model van Wu Xing beschrijft relaties tussen meridianen. Elk van de fasen beschrijft een tweetal meridianen, welke in lengte-richting over het lichaam lopen, over armen of benen. Een fase beschrijft vier meridianen. Verschillende scholen relateren meridianen aan beweging, zoals b.v. de methode van Tan, die pijn bestrijdt. Gezien het feit dat de vijf fasen water, hout, vuur, aarde en metaal met vijf verschillende gedragingen verband houden (water met slapen, hout met jagen, vuur met relatie tot groep, aarde met voeding dat klaar voor je staat, eten, en metaal met sorteren - aangepast in termen van het artikel), ligt het voor de handom de meridianen van betreffende fase te associeren met het gedrag dat bij de fase hoort. Fase water is geassocieerd met de blaasmeridiaan: liggen slapen en opstaan, ontspant en activeert de spieren rondom de blaasmeridiaan. Fase hout is geassocieerd met de spieren rondom de galblaasmeridiaan: kiezen om naar links of naar rechts te bewegen om het doel te vangen. Fase aarde is geassocieerd met de spieren rondom de maagmeridiaan: bewegen naar het eten dat zich voor je bevindt. Fase metaal is geassocieerd met de spieren rondom de dikkedarm meridiaan.Tijdens het sorteren van spullen voor je, worden de armen een klein beetje opgetilt voor het verplaatsen ervan. Als de armen zich hierbij in de lucht bevinden, worden de spieren rondom de dikkedarm meridiaan geactiveerd. Fase vuur is geassocieerd met spieren rondom dunnedarm meridiaan en driewarmermeridiaan. Armen omhoog oprichtend is de houding dat contact gezocht wordt bij een kind naar zijn verzorger, keuze voor het delen van een emotie. Volgens de TCM is de functie van de dunne darm ''het goed waarnemen van een relevante emotie, geselecteerd tussen alle waarnemingen''. Armen opzij voor de keuze naar links en naar rechts: welke ontmoeting of of handeling, passend in de omgeving wil je wel, en welke ontmoeting of handeling wil je op afstand houden. In het artikel in onderstaande link wordt beschreven dat de drie warmers zouden kunnen staan voor koper-, zink- en magnesium (boven-, midden en onderwarmer).

             Diverse competities tussen zink- en koperionen, en tussen zink- en magnesium ionen zijn in het artikel in verband gebracht met verschillende TCG begrippen, zoals bepaalde faseovergangen in het Wu Xing model (controle stappen) en de drie warmers.

Figuur 1: Fase water is geassocieerd met nier- en blaasmeridiaan. Fase Hout met lever- en galblaasmeridiaan. Fase Vuur met hart-, dunne darm-, driewarmer- en pericardmeridiaan. Fase Aarde met maag- en miltmeridiaan. Fase metaal is geassocieerd met long- en dikke darm meridiaan. Tussen de fasen zijn diverse competities (rode pijlen), namelijk tussen zink- en koperionen, en tussen zink- en magnesium ionen (controle stappen). Tijdens fase water en metaal neemt de hoeveelheid mitochondrien toe. PTijdens fase hout en vuur neemt de hoeveelheid mitochondrien af. Prolactine stimuleert mitogenese [24]. Prolactinesynthese heeft magnesium nodig als cofactor [25]. Tijdens het begin van de slaap is er een toename van prolactine [26]. Prolactine en dopamine zijn antagonisten [27]. Dopamine gaat samen met afname van mitochondrien [28]. Dopamine remt seretonine [29]. Seretonine productie is afhankelijk van zinkionen. Zinkionen in de mitochondrien bevorderen de citroenzuurcyclus, zodat citroenzuur naar het cytosol gaat en gebruikt wordt voor de synthese van cholesterol. Steroidhormonen zoals cortisol, oestrogenen, progesteron (vanuit oestrogenen omgezet) en testosteron hebben cholesterol als bouwsteen. Monoamine-oxidase (MAO) is een enzym, die aminen afbreekt en die zich bevindt in het buitenste mitochondriale membraan [31]. Amines die afgebroken worden zijn dopamine, adrenaline, (Overigens komt bij deze afbraak ROS vrij, dat mitochondrien kan beschadigen [31]). noradrenaline, serotonine. MAO zou mee kunnen werken bij de interactie tussen metaal (veel mitochondrien) en hout (minder mitochondrien) en de interactie tussen metaal en vuur, en mogelijk exnigszinds tussen water en aarde.


Het werkingsmechanisme: rol van mitochondrien.

Prikken van een acupunctuurpunt geeft verbetering aan de kwaliteit, de elasticiteit, en de mate van stevigheid van de lokale bindweefsel structuur rond een acupunctuurpunt. De stevigheid van de lokale bindweefsel-struktuur wordt beinvloed door de activiteit van spieren in de buurt van het acupunctuurpunt. Hersenen ontvangen via zintuigen (proprioceptie) informatie over stand en beweging van lichaam en ledematen. Hersenen herleiden uit de activiteit van groepen spieren, een bepaald gedrag. Als reactie hierop, sturen de hersenen het lichaam bij, door middel van hormonen en neurotransmitters. Een meridiaan wordt beschouwd als een set van spiergroepen die relatief meer actief zijn bij gedrag dat geassocieerd wordt met deze meridiaan. Als bevestiging voor een geschikte puntformule voor een patient, wordt vaak het betreffende punt bij de patient gepalpeerd, om de mate van stevigheid en gevoeligheid te bepalen. Gevoeligheid kan een indicatie zijn voor geschiktheid.

Rond een geprikt acupunctuurpunt is een toename van koper-, zink en ijzerionen gemeten [1]. Dit kan leiden tot verbetering van stevigheid en elasticiteit van het lokale bindweefsel rond het acupunctuurpunt. Bij dit proces spelen mitochondrien een rol.

Energie van de meeste cellen wordt bepaald door mitochondriën in de cel die zowel energie (in de vorm van het te gebruiken energierijke molecuul ATP) als warmte produceren. Dit geldt bijvoorbeeld voor bindweefselcellen, spiercellen, zenuwcellen, levercellen, niercellen, en cellen in de pancreas. Voor de productie van energie en warmte hebben de mitochondriën hebben de ionen koper, zink, ijzer en magnesium nodig. Hoeveel warmte er nodig is, wordt ook bepaald door de temperatuur buiten het lichaam, en daarom de plaats van de cel in het lichaam: in de huid op een voet is meer behoefte aan lokale warmteproductie dan in de huid op de romp. De benodigde energie (in de vorm van ATP moleculen) ter plekke van de cel, is afhankelijk van lokale spieractiviteit, en daarom ook van het type gedrag.

In de mitochondrien bepaalt de verhouding tussen koper, zink en magnesium de productiesnelheid en daarom de hoeveelheid warmte en energie. Of er op een bepaald moment meer warmte nodig is, of juist meer energie, is afhankelijk van het fysiologische proces op dat moment, passend bij een bepaald ge-drag. Deze behoeften varieren over een etmaal, in bepaalde gewoontes, net als fysiologie gerelateerd gedrag dat doet. Magnesiumionen zijn cofactor bij complex 5 van de oxidatieve fosforylering (ATPase). Voor magnesiumionen geldt, dat relatief meer (moleculaire) energie ontstaat als er meer magnesium-ionen in het mitochondrium zitten. Voor koperionen geldt het volgende. Koperionen zijn cofactor bij complex 4 van de oxidatieve fosforylering (cytochroom c oxidase). Meer koperionen vergroten tegelijk warmte en moleculaire energie productie. En voor zinkionen geldt, dat meer zinkionen de productie van zowel warmte of moleculaire energie afremmen. Zinkionen remmen zowel het cytochroom bc1 complex: complex 3 van de oxidatieve fosforylering, als het enzym aconitase in de citroenzuurcyclus, zodat citroenzuur naar het cytosol vertrekt voor synthese van bijvoorbeeld lipiden of cholesterol. Het gegeven dat spieren veel zinkionen bevatten, past in het idee dat (de willekeurige) spieren niet altijd actief zijn: in de inactieve periode kan zink de mitochondriele activiteit afremmen.

            

           Figuur 1: boven: invloed van koper-, zink- en magnesiumionen op mitochondrien [21-23]. Onder: details binnen het mitochondrium, op de binnenste membraan, waarin zich een aantal enzymen bevinden die verantwoordelijk zijn voor de productie van ATP en warmte (het proces oxidatieve fosforylering). Een  gemeenschappelijk deel voor warmte vormen complexen 1-4, afhankelijk van koper en zinkionen. Hierna is er een splitsing: magnesium is betrokken bij de route van ATP vorming. Het ontkoppelingseiwit UCP is betrokken bij de route naar warmteproductie, door de protonengradient op te heffen.  In de matrix, het binnenste deel van de mitchondrien vindt de citroenzuurcyclus plaats. De citroenzuurcyclus maakt gebruik van complex 2. Elders wordt beschreven dat zinkionen de citroenzuurcyclus zodanig beinvloeden dat citroenzuur naar het cytosol vertrekt, om te worden gebruikt voor cholesterol en lipide synthese. De citroenzuurcyclus is ook betrokken bij omzetting van aminozuren in andere aminozuren.

             


In het artikel wordt onderscheid gemaakt tussen de ruimte in de mitochondrien in de cel en in het cytosol in de cel. Bij meer behoefte van mitochondrien aan bijvoorbeeld zinkionen, zullen er meer zinkionen van cytosol naar de mitochondrien verplaatsen, en in het cytosol minder zinkionen over blijven. Dit geldt ook voor afzonderlijk de koper - en de magnesiumionen. Wanneer de cel goed voorzien is van warmte en energie, kunnen de ionen zich verplaatsen naar het cytosol, om daar andere processen, zoals synthese van proteinen te verrichten. In elke cel de productie van het transporteiwit voor koper en zinkionen in het cytosol, metallothioneine, bijvoorbeeld, waarop een competitie tusse de koper- en zinkionen plaatsvindt. Bindweefselcellen voeren de productie van het proteine lysyl-oxidase - met een koperion als cofactor - op die het bindweefsel versterken. Dit verbetert de elasticiteit en stevigheid van het bindweefsel in de buurt van het acupunctuurpunt.

Centraal in het verhaal staat dat onder invloed van gedrag de hoeveelheid mitochondrien iets afnemen, of toenemen. Tijdens spierbeweging (tijdens fysieke arbeid overdag) neemt de hoeveelheid mitochondrien iets af, waardoor de koper, zink en magnesiumionen in het cytoplasma vrijkomen (uiteraard gebonden aan hun transport-eiwitten). Tijdens de slaap nemen mitochondrien toe in hoeveelheid, en daardoor de hoe-veelheid koper-, zink- en magnesiumionen in het cytoplasma af.

Verschil tussen linkerzijde en rechterzijde van het lichaam - ook weerspiegelt in de polsdiagnose - kan als volgt ontstaan. Tijdens de slaap is de lever - die veel mitochondrien bezit - het meest actieve deel van het lichaam. Dit is de reden dat in de buurt van de lever het lichaam relatief het meest verwarmd wordt, gedurende de nacht, in de periode dat mitochondrien zich vermenigvuldigen. Omdat de lever zich relatief rechts in het lichaam bevindt, zal het rechterdeel van het lichaam iets minder bij verwarmd hoeven te worden dan het linkerdeel. In termen van koperionen: rechts heeft minder koperionen in de mitochondrien nodig, waardoor in het cytosol meer koperionen overblijft. Daarentegen zal juist de linkerzijde van het lichaam die het verst van de lever verwijderd is, de minste koperionen in het cytosol bezitten. Een algemeen koperiontekort, zal daarom het eerst in de linkerpols gevoeld worden. In termen van zinkionen: omdat het rechterdeel minder verwarmd hoeft te worden zullen zich rechts in de mitochondrien relatief meer zinkionen in de mitochon-drien bevinden, om de mitochondrien rechts af te remmen. Hierdoor zullen rechts in het cytosol juist minder zinkionen aanwezig zijn. De rechterpols is daarom gevoeliger voor een zinktekort. Zie verder bij de paragraaf over de polsdiagnose.                      


Fysiologie-gerelateerd gedrag en ionen.

Ook in gedrag spelen de ionen (koper, zink en magnesium) een rol. Bij vertering spelen zinkionen een belangrijke rol, al was het maar, omdat de productie van verteringsenzymen zinkafhankelijk is. Bij slaap spelen magnesiumionen een rol, omdat deze ionen een rol spelen bij de productie van melatonine en prolactine. Prolactine stimuleert mitogenese. De receptor van acetylcholine wordt geremd door magnesium. Acetylcholine is een neurotransmitter die betrokken is bij de overdracht van zenuwcellen naar skeletspiercellen, maar ook bij het sympathische en parasympathische zenuwstelsel, met name bij de peristaltiek, vernauwing van de pupil, en verwijding van de bloedvaten (waardoor verlaging van de bloeddruk optreedt). Tijdens de slaap remt magnesium het vrijkomen van acetylcholine, wat resulteert in spierontspanning. Bij vrijwillige doelgerichte spierbewegingen spelen koperionen een rol. De neurotransmitter dopamine speelt een rol bij het initiatief nemen tot (of juist uitstellen van) een vrijwillige beweging. Dopamine wordt gevormd en afgebroken onder invloed van koperafhankelijke enzymen. Bij stress (lichamelijk of geestelijk) en bij ontsteking zorgen adrenaline respectievelijk cytokines ervoor dat de lever koperionen aan het bloed afgeven. De lever produceren het transporteiwit ceruloplasmine waaraan het een koperion bindt. Een slechter functionerende lever zal meer moeite hebben met de productie van ceruloplasmine. Elke meridiaan is met de werking van een orgaan gekoppelt. In een aantal gevallen is de werking van een orgaan beschreven in de context van zink-, koper- en/of magnesiumionen. In overeenstemming met TCG wordt het volgende verondersteld. Een langdurige emotie, zoals verdriet of boosheid kan de ionverhouding (koper, zink en magnesium) verstoren. Ook een slechter functionerend orgaan kan de ionverhouding verstoren. Hoewel de nieren hun best doen, om de verstoring in ionverhouding op te heffen, kan er toch een tijdelijk disbalans ontstaan. Bij een chronische verstoring in de ionverhouding zal in de cel zowel binnen de mitochondrien als in het cytoplasma deze verstoring plaatsvinden.


Ook verband tussen lokatie van meridianen en ionen.

Onderstaand figuur laat zien dat de lokatie van een meridiaan (aan de zijkant, achterkant of voorkant van het lichaam) aangeeft, of er relatief behoefte is aan opwarming (galblaasmeridiaan aan de zijkant: verst verwijderd van het middelpunt van het lichaam, behoefte aan warmteproduktie, aan koperionen), of afkoe-ling (niermeridiaan aan de voorkant is relatief het warmst en meest beschermd, b.v. tijdens zitten door armen: hier bevindt zich relatief meer magnesium), of een tussenpositie (maagmeridiaan). Mogelijk is op het nivo van maag- en blaasmeridiaan relatief meer afremming van de mitochondrien door zinkionen. De figuur is hypothetisch en alleen gebaseerd op redenatie.


Figuur 2: meridianen, lokatie op lichaam en kans op afkoeling bepaald koper-, magnesium- en zinkgehalte.


Toepassing van het werkingsmechanisme op een bepaalde groep acupunctuurpunten: de shu transporting points.

Het artikel beschrijft een bepaalde groep acupunctuur punten (Shu Transporting Points) op onderarmen en onderbenen. Deze punten vertonen naast kenmerken van de meridiaan waarop ze zich bevinden, ook Wu Xing afhankelijke fase bijdragen. Elke meridiaan bezit deze punten. Bijvoorbeeld het acupunctuur-punt "Nier 1" bevindt zich op de niermeridiaan die bij fase water hoort. Het punt zelf heeft als shu punt, kenmer-ken van fase hout, waardoor het bij de eigenschappen van water ook een accent met houtkenmerken heeft. Deze TCG wetmatigheid is uit te drukken in mitochondrien, die onder invloed staan van temperatuur van omgeving en koper-, zink- en magnesiumionen.

                             

Figuur 3: fase kenmerken van de shu transporting punten. Richting vingers en tenen is er meer behoefte aan opwarming door de mitochondrien. Er worden ionen (koper, zink, en magnesium) overgenomen van de shu transporting punten van de bijbehorende yinmeridiaan (die vlakbij, aan de binnenzijde van de hand of voet liggen), zodat die juist minder mitochondrien bezitten. Dit is een continue situatie, dus geen afhankelijke reactie van cytosol hierop. Het vuurpunt heeft de minste mitochondrien, waarvoor eerder zal gelden dat er meer ATP behoefte is vergeleken met de aanvoer van voeding. Hier zal snel (relatief ten opzichte van de andere shu transporting punten van de meridiaan waarin een disbalans is ontstaan) stagnatie (pijn) optreden, en daarom heeft dit punt diagnostische waarde (relatief ten opzichte van de andere shu transporting punten op dezelfde meridiaan). Het metaal en waterpunt bezit de meeste mitochondrien, zodat bij prikken van deze punten de meeste koper-, zink- en magnesium ionen vrijkomen. Een onbeschadigde cel zal van deze ionen gebruik maken om lysyloxidase te vormen. Het artikel waar de link onderaan deze site naar verwijst, gaat hier dieper op in. In tabel 2 wordt uitgelegd, hoe stagnatie kan ontstaan in de voorjaarspols.

Polsdiagnose.

Een TCG behandeling, zoals acupunctuur, maakt gebruik van polsdiagnose. De polsdiagnose wordt uitgevoerd bij een deel van het bot, gelegen aan de binnenzijde van de pols aan de duimzijde (de proces-sus styloideus radii). De polsdiagnose verschaft informatie over meridianen, die zowel over armen als benen verlopen. Hoe dit via de pols kan is in reguliere termen een grote vraag.

Met de beschreven hypotheses in koper- zink- en magnesiumionen is een uitdrukking te krijgen. Gesteld wordt hierbij, dat een armbeweging invloed heeft op het bindweefsel in de buurt van de de processus styoideus radii. Hierdoor beinvloeden ze de polsdiagnose. De armbeweging stimuleert de bindweefsel-cellen tot de productie van het molecuul lysyloxidase dat bindweefsel repareert en elastisch houdt. Als de lysyloxidase wordt uitgescheiden is deze nog inactief. Het kan een afstand buiten de cel overbruggen naar de locatie waar een slijtage of beschadiging zit, en daar met behulp van lokale stoffen (immuunsysteem) worden geactiveerd [18,19]. Mogelijk leiden de vele mogelijke standen en bewegingen van de hand tot een slijtage rondom het botje waar de polsdiagnose verricht wordt. Het bloedvat ter plekke zal tijdens al deze bewegingen meeveren, zodat lysyloxidase ook kan inwerken op het bindweefsel rondom het bloedvat. De activiteit van de spieren om het bloedvat wordt bepaald door de hoeveelheid energie die geproduceerd wordt in de mitochondrien van de spiercel.

Om balans te handhaven, heeft een - contralaterale - beenbeweging direct invloed op deze armbewegin-gen. Een beweging van de arm gaat daarom samen met beweging van romp en benen. Daarom is het handig als de hersenen in het commando voor een armbeweging informatie over de gewenste tonische aanspan-ning van de contralaterale beenbeweging. Als door een klacht een bepaalde beenspier minder gebruikt wordt, is dit zichtbaar in de beperking van de tonische beenspanning. Dit is dan ook zichtbaar in de polsdiagnose. De tonische beenspanning heeft een relatief groot aandeel in de polsdiagnose, doordat tonisch relatief aeroob is en gebruik maakt van meer mitochondrien dan de (fasische) armbeweging.

Behalve door klachten, wordt de polsdiagnose mede beinvloed door de seizoenen, en daarom door behoefte van het lichaam aan opwarming, en energie voor arbeid. De mitochondrien passen zich aan deze behoefte aan, waardoor ook de locale concentratie van koper-, zink- en magnesiumionen beinvloed wordt.



    

Tabel 2: invloed van seizoenen op polsbeeld. In de winter is er meer nadruk op warmteproductie, in de zomer zomer is er meer nadruk op ATP productie door de mitochondrien. Seizoenen wisselen (Je bent afwisselend binnenshuis en buiten), daarom is de ionvariatie in cytosol tegengesteld aan die in de mitochondrien, gestuurd door de behoefte aan warmte en ATP. Op deze wijze wordt geredeneerd tot de polsbeelden.

Winter: oppervlakkig is met name in de winter de sterkste afkoeling, en zullen de mitochondrien het meeste moeten bijstoken. Er bevinden zich veel koperionen in de mitochondrien voor activatie. In het cytosol bevinden zich daardoor minder koperionen voor de productie van lysylsoxidase dat het bindweefsel van het bloedvat minder stevig kan maken. De buitenzijde van het bloedvat die zich dichter bij de omgeving bevindt, koelt meer daf dan de binnenzijde van het bloedvat. De buitenzijde is daarom het minst stevig en geeft een ''diepe pols'', als beeld.

In de zomer is het buitenste bloedvat het meest onder invloed van warmte en zonlicht. Er is nu eerder afkoeling van de huid nodig, en in de mitochondrien zal er meer behoeft aan magnesium ontstaan. Wat magnesium helpt is zonlicht. Het zonlicht stimuleert de productie (activatie) van vitamine D in de huid. Dit geldt nog meer voor de buitenwand dan voor de binnenwand van het bloedvat. Vitamine D remt het ontkoppelingseiwit [20]. Hierdoor is er meer nadruk op ATP vorming dan op warmteproductie (zie Figuur 1). Omdat er minder opgewarmd hoeft te worden, is er minder koper nodig in de mitochondrien, bevinden zich in het cytosol meer koperionen voor de productie van een stevige en elastische vaatwand. Dit geeft het beeld van een ''volle pols''.

In het najaar is er minder zonlicht en is er minder vitamine D om magnesium te ondersteunen. Magnesium uit het cytosol gaat nu naar mitochondrien. Hierdoor bevindt zich minder magnesium in het cytosol. Voor de productie van lysyloxidase vervoert het transporteiwit metallothioneine de koper en zink ionen, naar het golgiapparaat, waar de koperionen in het eiwit gezet wordt. Hoe meer metallothioneine, hoe efficienter de productie van lysyloxidase is. De synthese van metallothioneine wordt beinvloedt door zinkionen in het cytosol. In het cytosol is er competitie tussen zink en magnesiumionen, in de vorming van metallothioneine. Een afname van magnesiumionen geeft toename in productie van metallothioneine. Hierdoor zal er efficienter lysyloxidase gevormd worden, met name aan het buitenste bloedvat. Het relatief tekort aan vitamine D in het najaar kan dan een ''oppervlakkige pols'' geven.

In het voorjaar is er relatief meer ATP behoefte dan dat er glucese aanwezig is: de reservevoorraad aan glucose raakt in de winter op. Er is adrenaline om glucose vrij te maken, en in reactie op de adrenaline gaat de lever meer koperionen afgeven aan het bloed. De vaatwand wordt stevig, maar er is nog steeds wat minder ATP beschikbaar, wat een klein slagje geeft in het bloedvat: een ''koordpols'' ontstaat.

In de nazomer is er relatief meer reservevoorraad aan glucose en minder ATP behoefte. Door de warmte en vochtigheid in de nazomer, is er een slechte warmteafvoer. Minder beweging maken beperkt de warmteproductie door het lichaam, waardoor er minder warmte afgevoerd hoeft te worden. Er is in dat geval weinig ATP behoefte. Zink remt mitochondrien extra af, ook in de vorming van ATP. Een ''glijdende pols'' of ''slippery pols'' ontstaat.

Bij een polsbeeld in disbalans varieren mitochondrien en cytosol qua koper-, zink- en magnesiumionen toename en afname samen in dezelfde richting. Bijvoorbeeld : tijdens koorts activeren cytokines in het bloed de lever om veel koperionen af te staan aan het bloed. Dit kan een grote pols geven, die gelijkenis heeft met de zomerpols. Meer lokaal: bij een verkoudheid kan op deze wijze een oppervlakkige pols in de 'bovenwarmerpositie'' in de rechterpols ontstaan. Zie link naar artikel. Een ander voorbeeld van disbalans: bij pijn is de ''koordpols'' een van de mogelijke polsbeelden. Een ontsteking gaat samen met een zwelling, waardoor de toestroom van voeding en zuurstof afneemt. Pijn wint het van de tastzin. Wanneer de ontsteking voorbij is, zal de pijn weer afnemen. Als dit niet gebeurt, is er op een andere manier een voedingstekort. Pijn kan blijven bestaan, een leerproces kan plaatsvinden in ruggemerg en hersenen, en in een chronische situatie kan een tastzenuw leren een pijnsingaal aan te geven (allodynie) [32]. Shiatsu stimuleert de tastzin en acupunctuur stimuleerd een ander relatief meer gemyelinieerde type zenuw. In deze context is de acupunctuurmethode van dr. Tan interessant: als de lokale pijnlijke situatie te chronisch is geworden, en niet meer kan worden bijgestuurd, kies de Tan methode een ander en gezond lichaamsdeel om te prikken [33]. De methode kiest hiervoor een meridiaan die tijdens lichaamsbeweging gecombineerd wordt met de pijnlijke meridiaan. Waarschijnlijk wordt het leerproces op centraal nivo hiermee beinvloed. Er is aangetoond dat acupunctuur invloed heeft op het leerproces in het ruggemerg (dorsale wortel) [34]. In het artikel in onderstaande link wordt hier verder op in gegaan en een relatie met glutamaat, en de drie ionen koper-, zink en magnesium gelegd. Dit heeft te maken met het feit dat de neurotransmitter glutamaat (de NMDA receptor voor glutamaat is betrokken bij het leerproces via ''longterm potetniation) geremd wordt  door koper-, zink- en magnesiumionen [35, 36],  en dat purinerge receptoren (voor ATP b.v.) geremd en gestimuleerd kunnen worden (afhankelijk van het type purinerge receptor) door koper-, zink- en magnesium [37-39]. Koper- en zinkionen kunnen een pijnstillende werking hebben [40]. Overigens kan pijn ook andere polsbeelden hebben in termen van stagnatie en leegtes, met as voorwaarde, dat de beschikbare voeding minder is dan de ATP behoefte. In een acute extreme situatie kan de polsdiagnose voor de meridiaan waarop de pijnlijke lokatie zich bevindt, lijdelijk een ''leege pols'' als polsbeeld geven. In dat geval was de tonische spanning van de balanshandhavende lichaamshouding tijdelijk opgeheven.

Tabel met enkele TCM variabelen, gerelateerd aan koper-, zink of magnesium:

                         



Tenslotte worden enkele wetenschappelijke onderzoeken geinterpreteerd volgens bovenstaand verhaal [11]-[17]. Ervaring met de de theorie, werkwijze en uitkomsten van acupunctuur kan de lezer helpen om te tekst te begrijpen. Het Handboek voor Chinese Geneeswijzen van Ted Kaptchuk is daarvoor ook een goede inleiding. (Kaptchuk TJ. (2001) Handboek voor Chineze geneeswijzen. 8e druk. ISBN-1090215 89443). Ook is enige vertrouwdheid met biochemie en fysiologie handig. Tenslotte: het verhaal gaat uit van wetmatigheden uit de acupunctuur en vertaalt dit in een toetsbare regulier Westers Medische uitdrukking. Een aantal hypothesen worden gesteld. Er dienen uiteraard een aantal zaken bevestigd te worden, voordat dit verhaal geldigheid heeft. Samengevat: in het werkingsmechanisme staan de ionen koper, zink en magnesium centraal. Afhankelijk van de fysiologische toestand (bijvoorbeeld slapen, lichaamsarbeid, voedsel) zijn er meer of juist minder mitochondrien aanwezig en verplaatsen de genoemde ionen zich naar de mitochondrien, respectievelijk naar het cytosol. Voorbeeld (1) over depressie, samengaand met een verlaagde zink/koper vermoedelijk in zowel mitochondrien als cytosol, zou in het werkingsmechanisme misschien gezien kunnen worden, als een te kleine verplaatsing van zink, magnesium en koper, vanwege teweinig (te inactieve) mitochondrien. Hierdoor is er teweinig opbouw van dopamine en seretonine (met koper en zink), en vermoedelijk dempt het circadiaans ritme. Rol van cortisol (een steroidhormoon, met cholesterol als basis) past bij het gedrag van zink in de mitochondria: zink stimuleert de citroenzuurcyclus en de productie van extra citraat, welke naar het cytosol vertrekt om daar tot cholesterol gevormd te worden. Dit past bij cortisol uitputting.   Onderstaande link verwijst naar het werkingsmechanisme.

Westers Medische beschrijving van het werkingsmechanisme

                                   

Deze paper is een vervolg op de scriptie die ik voor de opleiding tot acupuncturist bij Qing Bai heb geschreven. Na de studie Moleculaire Wetenschappen heb een promotie onderzoek uitgevoerd m.b.v. electrofysiologie en neurale netwerk technieken, toegepast op aansturing van oogbeweging door hersenen. Sinds 2012 heb ik een praktijk voor acupunctuur en shiatsutherapie.


[1] Yan X, Zhang X, Liu C, et al (2009). Do acupuncture points exist? Phys.Med.Biol.54(9), pp. 143-150. N143-50. doi:10.1088/0031-9155/54/9/N01. Epub 2009 Apr 8.

[2] Bo S, Milanesio N, Schiavone C, et al. (2011) Magnesium and trace element intake after a lifestyle invention. Nutrition 27, 108-11.

[3] Torshin, IY, Gromova OA (2009). Magnesium and pyridoxine: fundamental studies and clinical practive. Nova Science publishers, Inc, New York. 2009017715.

[4] Zhou HH, Lu F, Chen SD, Zhou ZH, Han YZ, Hu JY. (2011). Effect of electroacupuncture on serum copper, zinc, calcium and magnesium levels in the rats depression. J Tradit Chin Med. Jun; 31 (2), pp. 112-4.

[5] Michos C, Kalfakakou V, Karkabounas S, Kiortsis D, Evangelou A (2010). Changes in copper and zink plasma concentrations during the normal menstrual cycle in women. Gyneacol. Endocrinol. 26(4): pp 250-5.

[6] Dhillon KS, Singh J, Singh Lyall J (2011) A new horizon into the pathobiology, etiology and treatment of migraine. Medical hypotheses 77, 147-151.

[7] Ji LL, Kang C, Zhang Y (2016). Exercise-induced hormesis and skeletal muscle health. Free Radical Biology and medicine. http://dx.doi.org/10.2016/j.freeradbiomed.2016.02.025

[8] Merry TL and Ristow M. (2016). Nuclear factor erythroid-derived2-like 2 (NFE2L2) mediates exercise-induced mitochondrial biogenesis and the anti-oxidant response in mice. J Physiol. pp 1-13.

[9] Baynes JW and Dominiczak MH (2012). Medical biochemistry, third edition.ISBN 978-0-323-05371-6, H42.

[10] Torres-Vega A, PLiego-rivero BF, Otero-Ojeda GA et al. (2012). Limbic system pathologies associated with deficiencies and excesses of the trace elements iron, zinc, copper, and selenium. Nutrition Reviews, 70(12): 679-92.

[11] Teng L, Zhang J, Dai M, Wang F, Yang H. 2015. Correlation between traditional chinese medicine symptom patterns and serum concentration of zinc, iron, copper and magnesium in patients with hepatitis B and associated liver cirrhosis. Journal of TCM, 35(5): 546-550.

[12] Chen M, cheng N,Chen Y (1995). The effect of moxibustion on gastric mucosa in rats and its relation to copper, zinc contents in serum. Zhen Ci Yan Jiu, 20(2), 45-7.

[13] Tampa BI, Leon MM and Petreus T (2013). Common trace elements alleviate pain in an experimental mouse model. J of Neuroscience research 91, pp: 554-561.

[14] Grober U, Schmidt J, and Kisters K. (2015). Magnesium in prevention and therapy. Nutrients, 7, 8199-8226.

[15] Zhou Q., Wang D., Xu J, Chi B. (2016). Effect of Tauroursodeoxycholic acid and 4-phenylbutyricc acid in copper and zink in Type 1 diabetes Mice mode. Biol Trace Elem Res 170: 348-56.

[16] Tu W, Cheng R, Cheng B et al. (2012). Analgesic effect of electroacupuncture on chronic neuropathic pain mediated by P2X3 receptors in rat dorsal root ganglion neurons. Neurochemistry international 60, 379-386.

[17] Wen T, Fan X, Li M et al. (2006). Changes of metallothionein 1 and 3 mRNA levels with age in brain of senescence-accelerated mice and the effects of acupuncture. Am J Chin Med 34(3):435-47.

[18] Lucero HA, Kagan, HM (2006). Lysyl oxidase: an oxidative enzyme and effector of cell function. Review. Cell life sci 63,2304-16.

[19] Smith-Mungo L, Kagan H. (1998). Lysyl oxidase priorities, regulation and multiple functions in biology. Matrix biology vol 16/1997/8, 387-98.

[20] Bouillon R, Carmeliet G, Lieben L et al. (2014). Vitamin D and energy homeostasis of mice and men. Nat Rev Endocrinol. 10, 79-87.

[21] Li Y, Par JS, Deng JH et al (2006). Cytochroom c oxidase subunit 4 is essential for assembly and respiration function of the enzyme complex. J Bioenerg Biomembr 38(5-6), 283-91.

[22] Grober U, Schmidt J, Kisters K (2015). Magnesium in prevention and therapy. Nutrients 7(9), 8199-8226.

[23] Mills DA, Schmidt B, Hiser C et al. (2002). Membrane potential-controlled inhibition of cytochrome c oxidase by zinc. Am.soc.for biochem and mol biol. feb. 1-30.

[24] Grattan DR, Kokay IC. (2008). Prolactin: a peleiotropic neuroendocriene hormone. J of Neuroendocrinology.20, 752-63.

[25] Humann-Ziehank E., Menzel A, Roehrig P. et al. (2014). Acute and subacute response of iron, zinc, copper and selenium in pigs experimentally infected with actinobacillus pleuropneumoniae. Metallomics, 6, 1896-79.

[26] Mastorakos G, Pavlatou M, Diamanti-Kandarakis E et al. (2005). Exercise and the stress system. Hormones 4(2): 73-89.

[27] Tang MW, Reedquist KA, Carcia S et al. (2016). The prolactin receptor is expressed in rheumatoid arthritis and psoriatic arthritis synovial tissue and contributes to macrophage activation. Rheumatooy 55: 2248-59.

[28] Du J, Zhu M Bao H et al. (2016). The role of nutrients in protecting mitochondrial function and neurotransmitter signaling: implications for the treatment of depression, PTSD and suicidal behaviors. Crit rev food sci nutr 56(15): 2560-2578.

[29] Fitzgerald P., Dinan TG. (2008). Prolactin and dopamine: what is the connection?, a review article. J of Psychopharmacology 22(2), 12-19.

[30] Wen T, Fan X, Li M et al. (2006). Changes of metallothionein 1 and 3 mRNA levels with age in brain of senescence-accelerated mice and the effects of acupuncture. Am J Chin Med 34(3):435-47.

[31] Magiorani D, Manzella N, et al. (2017). Monoamine oxidases, oxidative stress, and altered mitochondrial dynamics in cardiac ageing. Hindawi Oxidative Medicine and cellular longevity. Article ID 3017947.

[32] Kuner R, Flor H. (2017). Structural plasticity and reorganisation in chronic pain. Nature reviews, neuroscience. www.nature.com/nrn. volume 18

[33] Tan R., (2007) Acupuncture 1,2,3. ISBN 97.809.75.94.1232

[34] Tu W, Cheng R, Cheng B et al. (2012). Analgesic effect of electroacupuncture on chronic neuropathic pain mediated by P2X3 receptors in rat dorsal root ganglion neurons. Neurochemistry international 60, 379-386.

[35]Mathie A., Sutton GL, Clarke CE, Veale EL (2006). Zinc and copper: pharmacological probes and endogenous modulators of neuronal excitability. Pharmacology and therapeutics, 111, 567-583.

[36] Baynes JW and Dominiczak MH (2012). Medical biochemistry, third edition.ISBN 978-0-323-05371-6, H42.

[37] Huidobro-Toro JP, Lorca RA, Coddou C. (2008). Trace metals in the brain: allosteric modulators of ligand-gated receptor channels, the case of ATP-gated P2X receptors. Eur Biophys J 37, 301-14.

[38] Acuna-Castillo C, coddou c, Bull P. et al. (2007). J of Neurochemistry 101, 17-26.

[39] Coddou C, Acuna-Castillo C, Bull P. (2007). Dissecting the facilitator and inhibitor allosteric metal sites of the p2x4 receptor channel. The j of biological chemistry 282, 51, 36879-886.

[40] Tampa BI, Leon MM and Petreus T (2013). Common trace elements alleviate pain in an experimental mouse model. J of Neuroscience research 91, pp: 554-561.