Meridianen in metabolisch perspectief

  

Regulier beschouwd is een meridiaan geen geaccepteerd begrip en niet aan te wijzen in het lichaam als een fysieke structuur. Binnen de traditionele Chinese geneeswijzen worden meridianen beschouwd als een verzameling van met elkaar samenhangende kenmerken. De verticale lijn waarmee een meridiaan meestal mee wordt afgebeeld op het lichaam is een abstractie is van deze kenmerken. Ik wil graag een beeld geven hoe meridianen zouden kunnen ontstaan, gebruik makend van de reguliere Westers-Medische biochemie en fysiologie. Een technisch verhaal. In het verhaal is ook aandacht voor de polsdiagnose, omdat deze informatie geeft over de te volgen strategie, en een indicatie of de behandeling op het goede spoor zit. Startpunt zijn de spieren langs het traject van een meridiaan, en de mitochondria in de spieren die energie leveren. Een set spieren is actief tijdens gedrag, inclusief de aansturing via betrokken zenuwen en hersenen. Na uitvoer van het gedrag herstelt het immuunsysteem de lichte slijtage die heeft plaatsgevonden in spieren, zenuwen en bindweefsel. Acupunctuur kan bij hapering in het herstelproces, een zetje geven aan dit herstel. Mits het zelf-genezend vermogen daartoe in staat is.

De inhoud van dit verhaal is geschreven aan de hand van persoonlijke inzichten. Gedeeltelijk is het wetenschappelijk onderbouwd, gedeeltelijk bestaat het uit hypotheses. De biochemie en fysiologie is voor mij toegankelijk vanuit mijn achtergrond, de universitaire studie Moleculaire levenswetenschappen, en vanuit mijn neurofysiologisch gerichte promotieonderzoek. Het is op geen enkel moment de bedoeling om hiermee medisch advies te verstrekken, of een medische diagnose te stellen. Ik wijs dan ook elke verantwoordelijkheid hieromtrent af. De manier waarop ik acupunctuur uitoefen in mijn praktijk, is gebaseerd op protocollen volgens de Traditionele Chinese Geneeswijze, zoals deze onderwezen wordt op de door mij in 2011 afgeronde acupunctuur opleiding en in 2008 afgeronde Shiatsu opleiding. De volledige tekst kunt u downloaden door te klikken op:

                Meridianen in metabolisch perspectief

 

 

 

 

Meridianen, beweging en balans tijdens bepaald gedrag

Gedrag betekent dat je spieren gebruikt en is observeerbaar door beweging van een set spieren die betrokken zijn in een bepaalde bewegingsrichting/orientatie richting van het lichaam. Hierbij speelt zowel beweging als lichaamshouding, en handhaving van balans een rol. Verschillende gedragingen gaan samen met verschillende sets spieren. De volgende drie soorten gedrag worden beschouwd: (1) ''eten, informatie opnemen, naar voren bewegen'', (2) ''slapen/waakzaam worden, staan of gaan liggen, naar achter'' en (3) ''fysiek werk verrichten, keuzes maken, gaan we naar links of naar rechts''. Deze drie soorten gedrag passen dus bij drie soorten bewegingsrichting van het lichaam: naar voren (1), naar achteren/rechtop (2) en naar opzij/afwisselend naar links en rechts. Tijdens het wakker worden, opstaan, alertheid, worden spieren aan de achterkant van het lichaam geactiveerd (locatie van de blaasmeridiaan).

Spieren aan de voorzijde van het lichaam worden met name geactiveerd tijdens de maaltijd, het bewegen naar voedsel, een hap nemen, maar het kan ook figuurlijk zijn: een boek lezen, informatie tot je nemen. De maagmeridiaan bevindt zich aan de voorkant van het lichaam.

Tenslotte: de spieren aan de zijkant van het lichaam waar de galblaasmeridiaan verloopt zijn betrokken bij koerswijziging. Een voor de omgeving onverwachte en snelle koerswijziging vindt plaats bij dieren in de vorm van jagen en bij vluchten voor de jager, het plannen van een route om snel te jagen of snel te vluchten. In figuurlijke zin heeft de mens ook snel gedrag nodig, waarbij gepland wordt, voor een uitdaging, of andere werkzaamheden. Zie Figuur 1.

De hersenen nemen het gedrag waar op verschillende manieren: via zintuigen, ogen, oren, via waarneming van bepaald gevoel (slaperigheid, eetlust, stress, diverse emoties) maar ook via proprioceptie via het zenuwstelsel. Proprioceptie is de waarneming van de hersenen van de stand, beweging en tonus van de ledematen, gewrichten en pezen, het gevoel van ''zwaarte'', vermoeidheid of alertheid van de spieren, het lichaamsbesef. Ook spelen hormonen en neurotransmitters hier een rol bij.      

 

Figuur 1: Een meridiaan / groepje meridianen wordt geassocieerd met een bepaald gedrag en bijpassend gebruik van een set spieren, inclusief de bij het gedrag passende houding en balans van het lichaam [1].

 

 

 

Meridianen en immuunsysteem

Een complementaire manier om tegen meridianen aan te kijken is om ze te beschouwen als een hoofdroute van immuuncellen. Bepaalde immuuncellen inspecteren continu het lichaam, waarbij ze zich blijven verplaatsen. Gedrag leidt tot gebruik van een set spieren. Gebruik van deze spieren leidt lokaal tot slijtage, langs de set spieren die tijdens een bepaald gedrag actief is, en het lichaam in beweging zet, en een - gewenste - balansverandering geeft. We onderscheiden hier weer drie soorten bewegingsrichtingen: naar voren (eten, informatie verzamelen), naar achteren (overgang van staan naar liggen om te gaan slapen, of juist opstaan), en naar opzij, afwisselend naar links en naar rechts bewegen (jagen, orienteren). Verderop in de tekst zal worden beschreven dat dit past bij drie grote meridianen: respectievelijk: maagmeridiaan aan de voorkant, blaasmeridiaan aan de achterkant en galblaasmeridiaan aan de zijkanten van het lichaam. Zie Figuur 1. Na een bepaald gedrag zijn de set betrokken spieren, langs een meridiaan vermoeid en wat versleten. Deze slijtage trekt immuun cellen aan, de route van immuun cellen beinvloedt. Behalve spieren, speelt bindweefsel ook een belangrijke rol, om krachten tijdens de beweging op te vangen, en is bindweefsel ook onderhevig aan slijtage. Bindweefsel zit tussen en rondom spieren en om organen, houdt alles op zijn plaats, en vormt daarmee een verbinding tussen spieren en organen. Lokaal prikken kan een stimulerende invloed hebben op deze stroom ''immuun cellen''. Net als gedurende de dag er vaste patronen zijn in het gedrag (circadiaans ritme), zullen bepaalde immuun cellen zich bewegen langs de vermoeide spieren van het net uitgevoerde gedrag, door acupuncturisten ''meridiaan'' genoemd. Uiteindelijk gaat acupunctuur over het herstellen van yin en yang. Voordat ik dit toelicht, is meer informatie nodig over de energievormen van yin en yang, waar regulier aan de basis de mitochondria staan.

 

 

Drie genoemde soorten gedrag en invloed van koper-, zink- en magnesiumionen op mitochondria

De drie soorten gedrag slapen, eten en fysiek werk verrichten hebben elk een ander energieniveau en warmtebehoefte. Daarnaast beinvloedt de temperatuur van de omgeving (het seizoen bijvoorbeeld), de behoefte van de cel aan warmte en energie. De energie en warmte van spier- en bindweefselcellen wordt geproduceerd in de vele mitochondria in de cel. Een goede afstemming van de mitochondria aan de gewenste energie en warmte binnen de cel is van levensbelang, en voorkomt de productie van teveel afvalstoffen en oxidanten. Mitochondria geven bijvoorbeeld citraat af aan het cytoplasma, waar er vetten en cholesterol van gemaakt wordt. Ook worden er bouwstoffen door de mitochondria gevormd, nuttig bij het immuunsysteem.

In de oxidatieve fosforylering bouwen de vier enzymcomplexen (complex 1-4) achtereenvolgens de protonengradient op. Koperionen in complex 4 versnellen de vorming van de protonengradient (a.h.w. de batterij). Zinkionen vertragen deze vorming door binding aan alle vier de complexen, het meest aan complex 1 en complex 3 [8], [9].  Koperionen en zinkionen remmen elkaar af.

De inhiberende werking van zink stimuleert de citroenzuurcyclus, die nuttig is voor de vorming van een aantal bouwstoffen, voorlopers van aminozuren en nucleinezuren, voorlopers van bepaalde moleculen van het afweersysteem en voorlopers van vetten. Mitochondria geven bijvoorbeeld citraat af aan het cytoplasma, waar er vetten en cholesterol van gemaakt wordt, wat weer een voorloper is van steroidhormonen.

Met behulp van de protonengradient wordt of energie (ATP) gevormd, of warmte. In de cel is een regulerend mechanisme van complex 5 (ATP synthase, met magnesium als cofactor) voor de vorming van ATP: niet teveel ATP en niet te weinig ATP. De route via Cu (koperionen stimuleren) en Zn (zinkionen remmen) bouwt de protonengradient op (H+). Erna zijn er twee mogelijkheden: (1) het wordt gebruikt om warmte te produceren: met behulp van het ontkoppelingseiwit UCP1 wordt de protonengradient kleiner gemaakt, waarbij warmte vrijkomt. (2) de protonengradient wordt gebruikt om energie ATP van te maken. (3) Wanneer de protonengradient blijft bestaan, ontstaat radicaalvorming (ROS) die de mitochondria beschadigd. Optie (1) en (2)  kunnen dit voorkomen. De verdeling van de hoeveelheid warmte, hoeveelheid energie en hoeveelheid bouwstoffen die de mitochondria maken, is afhankelijk van de omstandigheden. De verdeling is afhankelijk van gedrag.

Tenslotte: op basis van publicaties over koper-, magnesium- en zinkionen gedurende de slaap, is een hypothese beschreven over het  herstelproces van de mitochondria, wat hun functie optimaliseert. Het geeft een idee, hoe acupunctuur (hypothetisch) kan bijdragen aan optimalisering van dit proces. Dit staat in de pdf beschreven, waar in deze tekst naar verwezen wordt.

 

 

Meridianen en locatie op het lichaam

Meridianen (huid, bindweefsel spieren, relatief aan de oppervlakte van het lichaam) bevinden zich op een bepaalde lokatie. Figuur 2 laat via de ovaalvorminge doorsnede van het lichaam zien, welke meridianen relatief meer onder invloed staat van afkoeling a.g.v. de temperatuur in de omgeving. Deze temperatuur fluktueert bovendien.  De galblaasmeridiaan bevindt zich aan de zijkant van het lichaam die het meest onder invloed is van de buitentemperatuur. De niermeridiaanloop in het traject midden-voor op de romp, op een lokatie die het meest beschermd is tegen de buitentemperatuur. In termen van mitochondriele activiteit (in de spieren): de galblaasmeridiaan, op de locatie die het grootste appel doet op de warmteproductie, zal baat hebben bij de meeste koperionen in de mitochondria, zodat daar het meest optimaal de protonengradient gevormd wordt. Voor de niermeridiaan is de relatieve bijdrage van de ATP vorming belangrijker, m.b.t. complex 5 in de oxidatieve fosforylering, dat magnesium als cofactor heeft. Tussenliggende meridianen zoals maagmeridiaan, en blaasmeridiaan, vormen een tussenpositie, waarbij zinkionen de behoefte aan protonengradient bijregelen.

In de traditionele Chinese geneeswijze, de theoretische achtergrond van acupunctuur, bezitten de meridianen een circadiaans ritme (orgaanklok genoemd): over de dag heeft elke meridiaan een eigen optimum van activiteit. Dit is beschreven in het onderzoek van Gao et al [11]. Het tijdstip van de dag waarop geprikt wordt bepaald mede de werkzaamheid. Het optimale tijdstip is afhankelijk van de meridiaan. Ook gedrag zoals jagen, snelheid van de maaltijd verteren, en slapen vertonen een circadiaans ritme. Gemeten is dat zinkionen in het serum in de vroege ochtend maximaal is, en gedurende de dag afneemt tot de late namiddag [12,13,14]. Voor koperionen zijn de waarnemingen minder duidelijk, en wordt in het serum een constante concentratie koperionen gemeten [13]. Ander onderzoek mat wel een circadiaans ritme in koper- en in magnesiumionen met een maximum aan het einde van de middag [12,13,15].

 

Figuur 2: Locatie van enkele meridianen die over de lengteas van de romp lopen. Roze ellips: doorsnede van de romp, halverwege. Meridianen zijn geschetst op de rechterkant, en komen ook gespiegeld voor aan de linkerkant van de romp. Op de rug (iets opzij van de ruggengraat): blaasmeridiaan. Op de zijkanten: galblaasmeridiaan. Aan de voorkant in het midden: nier meridiaan. Aan de voorkant (iets opzij van het midden): de maagmeridiaan. De drie soorten gedrag (eten, jagen, slapen/alert worden) hebben elk een eigen set (viertal) meridianen. Elke set heeft een ander energie behoefte en een andere behoefte aan opwarming.

 

 

Acupunctuur en bepaalde immuun cellen (macrofagen, microglia)

In het dagelijks leven hebben spierbewegingen uiteindelijk als resultaat dat zinkionen wat afnemen in het bloed [10]. De macrofagen in het  beschadigde weefsel (vermoeide spieren) geven cytokinen af die via de bloedsomloop de lever activeren om ceruloplasine (waaraan koperionen gebonden zijn) af te geven aan het bloed. Hierdoor kan de hoeveelheid zinkionen in het serum afnemen. Na gebruik van de spieren, en wat slijtage, komt een herstelproces van de spieren op gang. Prikken helpt de vermoeidheid van de spieren om te zetten in herstelprocessen. In een verkennend, exploratief onderzoek mat Yin et al  rond een geprikt acupunctuurpunt (2 acupunctuurpunten in onderarm en 2 in onderbeen) een toename gemeten in koper-, zink- en ijzer- en calciumionen, met gelijke verhoogde ratio’s voor koper- en ijzerionen [7]. Dat koper- en ijzerionen gelijke ratio’s vertonen, kan mogelijk indirect te maken hebben met het verschijnsel dat koperionen nodig zijn voor ijzeropname in de cellen [2]. Dit vormde voor mij de aanleiding om verder te zoeken naar biochemie die afhankelijk is van deze ionen en wat dit zou kunnen betekenen in het werkingsmechanisme van acupunctuur.

Het immuun systeem speelt altijd een rol bij spiergebruik. Gebruik van bepaalde spiergroepen gedurende een bepaalde tijd, laat de spieren iets slijten, en erna is er wat herstel nodig, een normaal gezond proces. Monocyten, een type immuun cel dat zich door het hele lichaam begeeft, speurt naar plaatsen die beschadigd zijn. Na een beweging, waardoor iets slijtage van een aantal spiergroepen, zullen de monocyten zich verplaatsen naar dat traject, zich veranderen in macrofagen, eerst in macrofagen type M1, dat afval opruimt, vervolgens veranderen de monocyten in macrofagen type M2, dat herstelt. Een beweging heeft activiteit van hersenen nodig. De hersenen ontvangen sensorische input dat uiteindelijk via motorische output naar de spieren informatie stuurt. Ook dit circuit slijt bij gebruik en heeft herstel, update (en optimalisatie, leerprocessen) nodig. In de hersenen bevinden zich microglia, die zich kunnen transformeren in macrofagen type M1 en M2.

Acupunctuur heeft een anti-inflammatoir effect: divers onderzoek toonde aan dat acupunctuur invloed heeft op macrofagen. Macrofagen hebben een sleutelpositie in het immuunsysteem: zij vormen een onderdeel van het niet-specifieke immuunsysteem, maar spelen ook een belangrijke rol bij het specifieke immuunsysteem. Ze produceren immuun regulerende moleculen, presenteren antigenen. Een onsteking geeft toename van M1-fenotype macrofagen, die de ontsteking ''aanvalt''. Op den duur komen er lokaal meer macrofagen van het M2-fenotype die zich bezighouden met herstel van het weefsel. Acupunctuur (onder bepaalde omstandigheden beschreven in [3], zoals spierpijn, depressie, artritis, colitis, met acupunctuurpunten specifiek voor deze klacht en diagnose) stimuleert de overgang van M1 naar M2 macrofagen. Dit proces kan zich ook afspelen in de hersenen, waar het niet-specifiek afweersysteem zich o.a. manifesteert als microglia, die veranderen in M1 respectievelijk M2 macrofagen [4]. Acupunctuur bij afsluiting van een cerebrale arterie in ratten, waar vervolgens na 6 uur geprikt werd in de acupunctuurpunten (LU-5, LI-4, SP-6 en ST-36), werd een toename van M2 microglia en rem van M1 microglia gemeten, en een gereduceerd infarct volume. Zie ook [5,6].

Beweging van spieren (inclusief neurale route in de hersenen) geeft slijtage, gevolgd door een herstelperiode waar o.a. rondcirculerende immuuncellen (moncyten die kunnen veranderen in macrofagen) een rol bij spelen. Pijn of een ziekte kan dit proces van slijtage vergroten. Onderzoek heeft laten zien dat er aanwijzingen zijn dat acupunctuur dit proces kan versnellen [3,4]. Prikken veroorzaakt een aantal minimale beschadigingen, die het gebied waar de klacht of infectie speelt activeert. De keus welke acupunctuurpunten hiervoor gebruikt worden is van belang: het gebied waarbij de pijn of ziekte betrokken is, dient te worden geactiveerd, direct of indirect.

Keuze van acupunctuurpunten (en meridianen) is cruciaal, en hangt af van anamnese, polsdiagnose en tongdiagnose. In acupunctuur staan termen als energie en warmteproductie centraal.

Mitochondria die bijna in alle lichaamscellen voorkomen en die verantwoordelijk zijn voor energieproductie (ATP) en bijdragen aan warmteproductie. Ook zijn mitochondria belangrijk voor de vorming van bepaalde basisstoffen. Ten eerste is belangrijk dat de mitochondria  goed werken, daarna komen andere processen in de cel aan bod. Zoals b.v. de kwaliteit van bindweefsel, ook relevant, maar eerst moet er voldoende energie ATP b.v. gevormd worden. De stevigheid of elasticiteit in een bepaald acupunctuurpunt en ook de polsdiagnose (zoals deze bij acupunctuur uitgevoerd wordt) dat o.a. de elasticiteit van de bloedvatwand meet. Door anamnese, pols- en tongdiagnose en drukgevoeligheid in sommige acupunctuurpunten wordt de prikformule bepaald. De lokaties dienen heel precies te worden gebruikt voor de juiste route. Er wordt gemaakt van palpatie in allerlei lichaamskaarten, zoals die vermoedelijk tijdens een embryonaal stadium mogelijk zijn ontstaan, zie pdf waarnaar de link verwijst.

Deze bepaalde route in het lichaam van sensoren in spieren naar hersenen en terug wordt geactiveerd, slijt wat door dit gebruik, en stimuleert het herstelvermogen. Bijvoorbeeld bij de behandeling van pijn, is het van belang om de pijninhiberende route in de hersenen te optimaliseren, zodat de hersenen opnieuw kunnen leren aanpassen om de goede route te volgen.

Belangrijk is dat acupunctuur gebruik maakt van een zelfgenezend vermogen, en dat mogelijk kan optimaliseren. Normaal werkende mitochondria, immuunsysteem, etc. Aangenomen dat acupunctuur de omzetting van M1 macrofagen naar M2 macrofagen versneld, is het van belang, dat de M1 macrofagen hun werk (infectie bestrijden) hebben gedaan, simpel gezegd. Feitelijk is er meestal een bepaalde verhouding tussen de hoeveelheid M1 en M2 macrofagen, die geleidelijk aan verandert.

 

 

Tenslotte

De volledige tekst is als pdf down te loaden via de link aan het begin van deze site.  In deze tekst wordt ook ingegaan op verschillende manieren van diagnosticeren, die bij acupunctuur gebruikelijk zijn: de pols diagnose en tong diagnose.

De meeste mensen zijn wel bekend met het feit dat acupunctuur vaak toegepast wordt bij pijnklachten. In de down te loaden tekst is ook recent neurofysiologisch onderzoek van pijn en het effect van acupunctuur in de hersenen beschreven [16]. Er zijn drie routes voor de pijn: naar beweging, naar ervaring van pijn, en naar inhibitie van pijn. De bedoeling is, dat op den duur de pijn geinhibeerd wordt. Als dat niet lukt ontstaat chronische pijn. Bij het leren van inhibitie van de pijn spelen onder anderen de primaire motorcortex [23] en het cerebellum [24,25] een rol. Zowel ooracupunctuur [17] als lichaamsacupunctuur [18-21]  kunnen de primaire motorcortex activeren. In de pdf wordt beschreven wat de rol is van het parasympathische zenuwstelsel bij het afweersysteem, zoals macrofagen type M2. Wanneer de pijninhibitie en het herstel via M2 macrofagen en microglia is opgetreden, kan een leerproces waar het cerebellum bij betrokken is, de beweging optimaliseren.

Uiteindelijk is het doel van acupunctuur om een bepaald circuit in het lichaam te activeren (van spieren naar hersenen en terug), zodat dit circuit optimaal werkt, en het afweersysteem erna voor herstel zorgt. Dit is een normaal proces dat elke dag plaatsvindt, en dat o.a. gebruik maakt van macrofagen en microglia, cellen van het afweersysteem, zoals eerder in deze tekst beschreven is. Als er teveel stagnatie is, b.v. door een ziekte, kan dit een bijkomende nevenklacht (zoals pijn, of vermoeidheid) geven.

De te prikken punten dienen zo precies mogelijk bepaald te worden. Hiervoor worden allerlei diagnoses gesteld, onder andere de stevigheid of losheid van het bindweefsel in een te prikken acupunctuurpunt, maar ook polsdiagnose en tongdiagnose, en lichaamskaarten. Acupunctuur maakt gebruik van lichaamskaarten, bijvoorbeeld oor acupunctuur: op de oorschelp is de homunculus afgebeeld. Ook op meridianen zelf op het traject onderbeen en onderbeen is een kaart te projecteren, waar de  ''shu transporting punten zich bevinden. Hierbij zou je kunnen zeggen: hoe meer distaal het punt gelegen is, hoe meer onderheving aan afkoeling, en hoe meer ''yang'' (energie gevend) het effect kan zijn, als bijdrage aan de prikformule.

Bij oor acupunctuur wordt eerst bepaald (huidweerstand of aanraken met naald) welk punt het gevoeligst reageert. Bij pijn in b.v. de hand als klacht, is dit de locatie van de hand van de omgekeerde homunculus op de oorschelp Het meest gevoelige punt  wordt gezocht om te prikken, omdat de pijnroute heel precies geactiveerd moet worden. Alleen dan worden de actieve microglia bereikt en gestimuleerd om hun aanval en herstelproces te versnellen, zodat uiteindelijk herstel plaatsvindt en de pijnroute een goede neurale geleiding heeft. Hierdoor kan de pijn inhibiterende route actief worden en aangezet tot optimalisatie van de pijn inhibitie. Volgens deze redenatie is een combinatie van oor acupunctuur en lichaamsacupunctuur erg zinvol, omdat beide technieken een route naar de primaire motorcortex activeren. Beschreven wordt hoe deze kaarten kunnen ontstaan vroeg in de embryonale fase, tijdens de ontwikkeling van de neurale plaat in het ectoderm. Een hypothese.

Het opmerkelijke gegeven dat de polsdiagnose links anders geinterpreteerd wordt dan de polsdiagnose rechts heeft te maken met het herstel van mitochondria: snachts is de asymmetrisch gelegen lever de voornaamste centrale warmtebron. Met dezelfde mitochondria-gerelateerde redenatie kan de ontwikkeling van rechtshandigheid beschreven worden, inclusief de lateraliteit (bij rechtshandigen).

 Voortbewegen van het lichaam kost energie. De hoeveelheid energie is afhankelijk van gedrag, bewegingsrichting etc. Verplaatsing van het lichaam (naar voren, naar opzij respectievelijk naar achter (rechtop) maken gebruik van verschillende sets spieren langs de lengte as van het lichaam. Doelgerichtheid en balanshandhavend (context) kunnen uitgedrukt worden in  beweging en in meridianen. Hersenen bestaan om te kunnen bewegen. Beweging vindt plaats naar een doel (eten, prooi).  Als doel bereikt is. Neurotransmitters en hormonen spelen hier een rol bij. Het doceren van beweging is van belang bij balans, zodat het lichaam niet omvalt tijdens de doelgerichte beweging. De beste sportprestaties vinden plaats behalve door veel oefenen, ook door niet te gespannen maar ook niet te ontspannen te zijn. Een voorbeeld van context is gevoel van basiszekerheid, motivatie, planning, groepsideeën, enthousiasme,  evaluatie en opruimen (goed werkend immuunsysteem). Deze kunnen de snelheid van beweging aansturen, of remmen deze enigszins af. De snelheid van bewegen wordt door spieren en zenuwen bepaald, m.n. door de beschikbare energie, gemaakt door de mitochondria in de spier- en zenuwcellen.

Verplaatsing en bijbehorende balans en context worden in een acupunctuurbehandeling uitgedrukt worden in meridianen. De client komt met een klacht bij de acupuncturist. Als deze klacht, b.v. pijn bevindt zich op een meridiaan, dan is de klacht ook goed aan te pakken via een andere lokatie op deze meridiaan, die meer effect heeft bij prikken. Vaak is dat een punt bij enkel, pols, elleboog of knie. Dit zijn punten die veel bijdragen aan lichaamshouding en beweging. Een meridiaan heeft zijn ligging langs de lengteas van het lichaam, en geeft potentiele beweging aan. Er is een combinatie van andere symptomen die ook naar deze meridiaan verwijzen.  Dit is het beginpunt van een behandeling. Er zijn een aantal strategieen, passend bij de klacht, gecombineerd met de antwoorden op een aantal vragen en met waarnemingen. Veel oude literatuur en recente ontwikkelingen (o.a. via pubmed) zijn hierbij behulpzaam. Het resultaat is dat punten op verschillende meridianen geprikt worden. Na de behandeling wordt gecheckt of de pols in balans is.

Uiteindelijk is het doel van acupunctuur om een bepaald circuit in het lichaam te optimaliseren en herstellen, van spieren naar hersenen en terug. Dit is een normaal herstel proces dat elke dag plaatsvindt, en dat o.a. gebruik maakt van (niet specifieke immuunsysteem die altijd circuleren door het lichaam en hersenen, respectievelijk macrofagen en microglia, zoals eerder in deze tekst beschreven is.

 

(1) Deadman P., Al-Khafaji M., Baker K. (2007). A manual of acupuncture. East Sussex. ISBN 978-0-9510546-5-9

(2) Siliburska J. Bogdanski P., Jakabowski H. (2014). The influence of selected anti hypertensive drugs on zinc, copper and iron status in spontaneously hypertensive rats. Eur. J. Pharmocol. http://dx.doiorg/10.1016/j.ejphar2014.06.uc.

(3) Wang J. et al. (2021). The role of macrophage polarization and associated mechanisms in regulating the anti-inflammatory action of acupuncture: a literature review and perspectives. Chinese Medicine, 16-56.

(4) Yao et al. (2023). Electroacupuncture alleviates neuroinflammation by regulating microglia polarization via STAT6/PPARy in ischemic stroke rats. Neuroscience. 532, 23-36.

(5) Choi D.C. et al. (2010). Acupuncture-mediated inhibition of inflammation facilitates significant functional recovery after spinal injury. Neurobiology of disease 39(3) 272-82.

(6) Xie L. et al. (2021). Electroacupuncture improves M2 Microglia polarization and glia ant-inflammation of hippocampus in Alzheimer’s disease. Frontiers in Neuroscience 15, 689629.

(7) Yin X., Zhang X., Liu C. et al (2009). Do acupuncture points exist? Phys. Med. Biol. 54(9), 143-50.

(8) Ye B., Maret W., and Vallee B.L. (2001). Zinc metallotthionein imported into liver mitochondria modulates respiration. PNAS 98(5) 2317-32.

(9) Si M., Lang J. (2018). The roles of metallothioneins in carcinogenesis. J of hematology and oncology 11_107.

(10) Chu A. et al. (2017). Plasma/serum zinc status during exercise recovery: a systematic review and meta-anlaysis. Sports Med. 47(1): 127-34.

(11) Gao J. et al. (2015). Evidence of  timing effects on acupuncture: a functional magnetic resonance imaging study. Exp and ther medicine, 9, 59-64.

(12) McMaster D, McCrum E, Patterson CC. (1992) Serum copper and zinc in random samples of the population of Northern Ireland. Am J. Clin. Nutr 56, 440-6.

(13) Yokoyama K, Araki S, Sato H, and AONO H (2000). Circadian rhythms of seven heavy metals in plasma erythrocytes and urine in men: observation in metal workers, Industrial health, 38, 205-12.

(14) Markowitch ME, et l (1985). Circadian variations in serum zinc (Zn) concentrations: correlation with blood ionized calcium, serum total calcium and phosphate in humans. Am.J.C.in.Nur 41(4): 689-96.

(15) Siliburska J. Bogdanski P., Jakabowski H. (2014). The influence of selected anti hypertensive drugs on zinc, copper and iron status in spontaneously hypertensive rats. Eur. J. Pharmocol. http://dx.doiorg/10.1016/j.ejphar2014.06.uc.

(16) Ridder de D. et al. (2021). The anatomy of pain and suffering in the brain and its clinical implications. Neuroscience and biobehavioral reviews 130, 125-46.

(17) Zhang J. et al. (2022). Effect of auricular acupuncture stimulation on healthy adults upper limb motor-evoked potentials: a randomized crossover, double blind study. Frontiers in Neuroscience. 10.3389.

(18) Sun et al. (2019). Effect of acupuncture at ST36 on motor cortical excitation and inhibition. Brain and behavior 10.1002.brb3.1370.

(19) Zhang J. et al. (2023). Functional magnetic resonance imaging studies of acupuncture at ST36: a coordinate-based meta-analysis. Frontiers in Neuroscience, review.

(20) Xiaopeng S. et al. (2021). Acupuncture with de qi modulates the hemodynamic response and functional connectivity of the prefrontal-motor cortical network. Frontiers in neuroschience augustus 15, 693623.

(21) Zhang J. et al. (2021). Neuroplasticity of acupuncture for stroke: an evidence-based review of MRI. Hindawi Neural plasticity 2662585.

(22) Zhang J. et al. (2021). Progress of acupuncture therapy in diseases based on magnetic resonance image studies: a literature review. Frontiers in human neuroscience 694919.

(23) Kawai R. (2015). Motor cortex required for learning but not executing a motor skill. Neuron 86(3): 800-12.

(24) Ruschewey et al. (2014). Altered experimental pain perception after cerebellar infarction. Pain 155, 1303-12.

(25) Blakemore S.L. et al (1999). The cerebellum contributes to somatosensory cortical activity during self-produced tactile stimulation. Neuroimage 10, 448-59.

(26) Maeda Y. et al. (2013). Acupuncture-evoked response in somatosensory and prefrontal cortices predicts imediate pain reduction in carpal tunnel syndrome. Evidence based and complementary and alternative medicine ID 795906.

(27) Burnstock G. (2009). Acupuncture: a novel hypothesis or the involvement of purinergic signalling. Medical Hypotheses 73: 470-472.