Acupunctuurpraktijk Huan Mai


Een poging tot een Westers-medische beschrijving van het mechanisme van acupunctuur.

- Voor intercollegiaal overleg en voor geinteresseerden -   


De inhoud van dit verhaal is geschreven aan de hand van persoonlijke inzichten. Gedeeltelijk is het wetenschappelijk onderbouwd, gedeeltelijk bestaat het uit hypotheses. Het is op geen enkel moment de bedoeling om hiermee medisch advies te verstrekken, of een medische diagnose te stellen. Ik wijs dan ook elke verantwoordelijkheid hieromtrent af. De manier waarop ik acupunctuur uitoefen in mijn praktijk, is gebaseerd op protocollen volgens de Traditionele Chinese Geneeswijze, zoals deze onderwezen wordt op de door mij in 2011 afgeronde acupunctuur opleiding en in 2008 afgeronde Shiatsu opleiding.


De onderliggende theorie van acupunctuur en traditionele Chinese geneeskunde in het algemeen is nog niet verenigbaar met reguliere fysiologie, biochemie en geneeskunde. Dit kan een belemmering vormen voor het gebruik van acupunctuur. Wanneer een client ook in reguliere behandeling is, kan het handig zijn, om met dezelfde begrippen te kunnen werken. Vandaar mijn literatuuronderzoek en pogingen hier een weergave van te geven in deze tekst. De ontwikkelingen in de biochemie en fysiologie gaan snel, het lichaam is zeer complex, en hopelijk leidt deze tekst een stapje verder naar de zoektocht naar het werkingsmechanisme. Hoe meer kennis, hoe beter de beslissing gemaakt kan worden of de acupunctuur wel of niet toegepast kan worden (in de reguliere context en informatie over ziekteprocessen).

In dit schrijven wordt het mechanisme van acupunctuur uitgedrukt in koper-, zink- en magnesiumion afhankelijke mechanismen. Gesteld wordt hierbij, dat de wetmatigheden in de Traditionele Chinese Geneeskunde waar zijn. In de hierna volgende tekst stel ik dat koper-,  zink- en magnesium afhankelijke mechanismen mogelijk een rol spelen bij de verklaring van de werking  van acupunctuur. Diagnose van de client, voor en na een aantal behandelingen worden zowel in TCM termen als in vertaalde reguliere termen uitgedrukt, althans een eerste aanzet hiertoe wordt gegeven.

Vindt deze verandering in TCG termen door de behandeling plaats als gevolg van het zelfgenezende proces, of wordt dit zelfgenezende proces versneld of juist vertraagd? Is de verandering van de behandeling meetbaar en voldoende groot? Nog een waarschuwing voor de lezer: enige biochemische kennis is onvermijdelijk en nodig voor het begrip van de tekst. Dit artikel concentreert zich op een poging om TCG in reguliere termen uit te drukken.

Volgens het hierna voorgestelde werkingsmechanisme werkt acupunctuur via het immuunssysteem door manipulatie van koper en zinkionen. Dit zal overigens niet de enige route zijn. De fysiologie zit vol feedbackmechanismen, en aansturing en opstarten voor een nieuwe fysiologische situatie zal niet op 1 manier plaatsvinden. Dit zou het systeem veel te kwetsbaar maken.

Samenvatting

Acupunctuur, insertie van een naald in de huid, bindweefsel, spierbuik, activeert lokaal het immuunsysteem. Hoe kan het, dat dit verderop in het lichaam een effect heeft? Op de lokatie waar geprikt is komen cytokinen vrij die macrofagen en andere immuuncellen van elders in het lichaam aantrekken. Veel processen in het lichaam hebben een afhankelijkheid van koper, zink en magnesiumionen. Geprobeerd wordt, een mechanisme voor de werking van Traditionele Chinese Geneeskunde, zoals bij acupunctuur wordt toegepast, te schetsen in termen van koperionen, zinkionen en magnesiumionen, en mitochondrien. Het voorkomen van de vorming van teveel reactieve oxygen species (ROS) staat centraal in het model.

Beschreven is dat koperionen evolutionair in beeld kwamen, bij de ontwikkeling van dieren, die zich voort kunnen bewegen. Koperionen en zuurstof zijn erg reactief en maken de cel ook kwetsbaar voor beschadiging door ROS, dat zich uit zuurstof ontwikkelt. Mitochondrien die bijna in elke cel van het lichaam voorkomen zijn een belangrijke bron van energie en warmte binnen de cel. Denk aan mitochondrien in de vrijwillige spieren in de ledematen. Mitochondrien die pyruvaat (een product uit glucose) verbranden tot warmte en energie bevinden zich bij mens en dier in twee verschillende situaties: tijdens het verplaatsen van het lichaam dat veel energie kost, het bewegen, is er minder aanvoer van voeding en veel energiebehoefte. Tijdens de andere situatie, het eten, is er minder energiebehoefte, want het lichaam wordt niet als geheel verplaatst, maar komt er veel voeding aan bij de cel. Deze twee situaties ‘eten’ en ‘fysieke arbeid’ ‘stellen’ verschillende eisen aan het mitochondrium. Als het mitochondrium niet goed is aangepast aan de situatie van het moment, eten of fysieke arbeid, kan dit aanleiding geven tot meer vorming van ROS binnen het mitochondrium, wat uiteindelijk tot celdood kan leiden. Tenslotte is er een derde situatie, waarbij de mitochondrien worden hersteld. Dit is (vaak) de slaapfase. Een centrale hypothese uit het werkingsmechanisme is, dat koper-, zink- en magnesiumionen ieder op andere wijze de mitochondrien bijstellen, afgestemd op de behoefte aan warmte, en op de behoefte aan energie (ATP). Slapen, werken en eten geven de cellen in het lichaam een fundamenteel andere behoefte aan energie en warmte.

Bij het slaapproces zijn relatief magnesiumafhankelijke enzymen meer aktief, zoals melatonine en prolactine. Bij eten zijn relatief zinkafhankelijke enzymen meer aktief, zoals insuline en ghreline. Bij fysieke arbeid waar het lichaam verplaatst wordt zijn koperafhankelijke enzymen aktief, zoals adrenaline en noradrenalline. De mitochondrien passen hun snelheid van productie van energie en warmte aan het gedrag aan, d.w.z. tijdens slapen, eten of werken.

Wanneer de mitochondrien ‘meer ionen van een bepaalde soort, bijvoorbeeld minder zink’, nodig hebben, zal op dat moment minder zink in de andere ruimte van de cel (cytoplasma, kern, golgiapparaat, etc.) aanwezig zijn. Dit heeft invloed op de snelheid waarmee hormonen, neurotransmitters en andere enzymen in het cytoplasma gevormd worden. Het heeft te maken met het feit dat deze en andere processen gebruik maken van enzymen, met als cofactor een zink, koper of magnesiumion.

Het begrip meridiaan kan als volgt ontstaan. Spiergebruik van groepen spieren, om het lichaam voort te bewegen in verschillende richtingen, worden uitgedrukt in coordinaten van de positie van het lichaam in de buitenwereld. Het gaat hier om een beweging en balansbijsturing van het lichaam in drie richtingen: naar voren, opzij en naar achteren. Beenmeridianen en armmeridianen werken in setjes samen ter handhaving van balans. Hierdoor ontstaan drie koppels van arm en beenmeridianen: yangming, tai yang en shao yang koppels. De plaats van de meridiaan op het lichaam bepaalt hoe snel het lichaam afkoelt, en daarmee de verhouding van koper, zink en magnesium in de mitochondria.

De in TCM toegepaste polsdiagnose geeft informatie over meridianen, gerelateerd aan gemaakte bewegingen. Deze karakteristieken van de polsdiagnose kunnen beschreven worden in termen van koper-, zink- en magnesiumionen. Bovendien interpreteert TCM polsdiagnose van de linkerpols anders dan die van de rechterpols. Dit kan te maken hebben met het feit dat de lever zich relatief rechts in het lichaam bevindt en de pancreas en milt relatief links. ’s Nachts vormt de lever het warmte onderdeel van het lichaam. De lever is de plaats waar het verteerde voedsel het eerst terecht komt, arriveert via de poortader en waar de eerste ontgifting plaatsvindt. De lever heeft daardoor in verhouding tot de pancreas andere hoeveelheden van de verschillende typen immuuncellen dan de pancreas en milt. De pancreas scheidt tijdens het eten, bij de vertering, zinkionen af (verwerkt in de verteringsenzymen) en insuline, welke in elke cel een zinkafhankelijke opname vertoont.

Spieren en hersencellen bezitten veel mitochondrien. Mitochondrien hebben grote kans om ROS te ontwikkelen, wat tot celbeschadigingen leidt, en de cel heeft allerlei mechanismen om dit te voorkomen. Uiteindelijk is het doel om de ROS ontwikkeling bij de mitochondrien niet uit de hand te laten lopen. Een belangrijke hypothese is dat dit wordt gedaan via bijregulering van koper-, zink- en magnesiumionen in de mitochondrien. Alle mitochondrien in het lijf vertonen in principe tegelijk dezelfde bijregelingen, passend bij de lokale temperatuur. Het effect van deze bijregeling is in het serum te meten: koper- zink- en magnesium vertonen een circadiaan ritme, passend bij het circadiaans ritme in eten, slapen en werken.

Bij fysieke arbeid vergroot de spieraktiviteit in eerste instantie de zinkconcentratie in het serum, Langduriger spieraktiviteit verlaagt dit weer. Langdurige arbeid verstoort na een tijd de homeostase, als ATP behoefte groot blijft en de aanvoer van nutrienten naar de mtichondrien tekort schiet, wat de kans op oxidatieve stress (ROS) vergroot. Wanneer de homeostase verstoord wordt komt adrenaline vrij, dat de lever stimuleert tot afgifte van koper aan het bloed, gebonden aan ceruloplasmine. Adrenaline heeft als effect dat magnesium de cel verlaat en in het bloed terecht komt. Uiteindelijk zorgen insuline en/of vasopressine ervoor, dat magnesium weer terug de cel in komt. De interstitiele vloeistof in het lichaam weerspiegelt met deze zink- en koperconcentratie of er geslapen, gegeten of gewerkt is. Uiteindelijk zou magnesium, zink en koper gehalte in cytoplasma en serum aan kunnen geven of er te lange tijd niet slapen is, te lange tijd niet bewogen is, of te lange tijd niet gegeten is. Is het tijd om te bewegen, te slapen of te werken? Omgevingstemperatuur, pijn, ziektes, hebben invloed op de koper, zink en magnesiumconcentratie in het bloed, doordat daarbij de behoefte aan warmte en energie van cellen verandert.

De hersenen worden aktief als de koper-, zink- en magnesiumionen binnen proporties zijn, produceren en activeren neurotransmitters, zoals onder andere dopamine, serotonine en noradrenaline (indien passend bij de andere input, eisen van lichaam, geest en omgeving). Bijvoorbeeld, een ruime hoeveelheid magnesiumionen zal de neurotransmissie van glutamaat blokkeren. Ook zink en magnesium heeft een modulerende rol van de receptors van glutamaat, omdat bij teveel aktiviteit ervan, ROS toeneemt in de cel. De aanname dat activering van neurotransmitters mede gebeurt door koper, zink en magnisiumionen is een centrale hypothese in het beschreven werkingsmechanisme. Globale processen: slapen, eten, fysiek werk verrichten, stellen de koper-, zink- en of magnesiumion concentraties bij.

Een centrale rol in het werkingsmechanisme voor TCM speelt het transporteiwit voor koper en zinkionen, metallothioneine. Metallothioneine heeft veel functies. Metallothioneine is betrokken bij de vorming van enzymen die koper of zink als cofactor hebben. Metallothioneine speelt een belangrijke rol bij bewaking van de redox van de cel, ter voorkoming van de ontwikkeling van teveel oxidanten zoals ROS. Metallothioneine wordt bijgeregeld door vrije radikalen die veel in de mitochondrien ontstaan. Ook toxische metaalionen zoals cadmium en kwik worden door metallothioneine afgevangen. Metallothioneine wordt vermeerderd via cytokinen afkomstig van immuuncellen en van beschadigd weefsel. Metallothioneine vervult mogelijk ook een rol bij de aantrekking (chemotaxis) van leucocyten naar de ontstoken lokatie en naar de lever. De lever ontgift continu, omdat dit het eerste station is waar het verteerde voedsel terecht komt. Metallothioneine wordt ook vermeerderd door cortisol. Kortom metallothioneine is een eiwit dat reageert op stress en is betrokken bij verdedigingsmechanismen in het lichaam. Bij chronische ziektes kan metallothoinene afnemen [266].

In het hoofdstuk dat pijn beschrijft, wordt pijn geassocieerd met purinerge signalering, waarbij ATP de neurotransmitter vormt. Purinerge signalering is geassocieerd met ontstekingsprocessen en functioneert als waarschuwing voor signaal, danger molecule. Metallothioneine wordt ook beschouwd als danger molecule. Purinerge receptoren komen in het centrale en perifere zenuwstelsel voor, in de huid, in botten. De aktiviteit van purinerge receptoren worden gemoduleerd door koper- en zinkionen, die opgeslagen worden in blaasjes in de terminals van neuronen en die tegelijk met neurotransmitters in de synaps vrijkomen.

Samengevat, zou volgens het hier voorgestelde werkingsmechanisme acupunctuur kunnen werken via het immuunssysteem door manipulatie van koper, zink en magnesiumionen. Uiteraard zullen meerdere aspecten meespelen. De fysiologie zit vol feedbackmechanismen. Aansturing en opstarten voor een nieuwe fysiologische situatie zal niet op 1 manier plaatsvinden. Dit zou het systeem veel te kwetsbaar maken.

Tot slot: In de titel van dit boek staat niet voor niets het woord ‘’hypothetisch’’. Het is bedoeld als een voorzichtig begin, en onderzoek is nodig ter bevestiging.                                                                                                               

Pdf versie van dit verhaal. Hierin staan de literatuurverwijzingen vermeld.

Westers Medische beschrijving van het TCM werkingsmechanisme